Welkom

Ik hoop dat je inspiratie vindt op mijn site!

Reacties of suggesties voor onderwerpen zijn welkom op mijn e-mailadres: bertflier72@gmail.com.

Veel plezier,

Bert Flier
Posts tonen met het label Wedstrijdverslagen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wedstrijdverslagen. Alle posts tonen

zondag 28 juli 2013

The Only Way is Up - Nisraman 2013

Zacht gekeuvel van vakantiegangers vanaf het terras. Woorden als 'malheureusement' waaien ons raam binnen. Het is zwoel en zomers deze vrijdagavond in de Ardennen. Een avond om lekker lang buiten te zitten en te keuvelen. En me te verbazen over de treffende gelijkenis tussen Manuël uit Fawlty Towers en de ober/ receptionist van ons hotel. Druk gebarend leidt de 1 meter 60 korte en van een parmantig snorretje voorziene restaurateur Tabitha en mij naar kamer 7, zich bedienend van een mengelmoes van Frans en Engels. Met een zwierig gebaar opent hij het raam, onderwijl overschakelend naar frans Nederlands omdat hij ontdekt dat wij Hollanders zijn. 'Pas de muggen, beaucoup insecten'.

Mijn startbewijs voor de Nisraman was mijn verjaardagscadeau van organisator Wim den Doncker. Voor het slapengaan scroll ik het programmaboekje nogmaals door. Met een uniek wedstrijdformat gaat de Nisraman terug naar de roots van de triathlon: avontuurlijk, onvoorspelbaar en uitdagend. Het viergangenmenu bestaat uit 1 kilometer zwemmen in de barrage van Nisramont. Dat is 24 graden warm, dus zonder wetsuit. Daarna 42 kilometer tijdrijden met 930 hoogtemeters. Vervolgens wissel je van fiets voor 16 kilometer mountainbiken met nog eens 600 hoogtemeters. Het toetje is 10 kilometer trailrunnen met 590 hoogtemeters. The only way is up.



's Nachts onweert het, lang en hevig. Ik word en wakker van en vraag me af wat de gevolgen zijn voor de wedstrijd. Ik vermoed natte wegen en slippery slopes met het abt-en en lopen. Ik kijk op mijn horloge. Het is 2:04, nog 7,5 uur tot aan de start.

Om negen uur meld ik me bij de zwemstart. De atb en loopschoenen staan op me te wachten in het tweede parc fermé, m'n tijdritfiets staat startklaar in het parc fermé aan de voet van de barrage. Omdat inzwemmen niet is toegestaan doe ik de warming-up met mijn Training Cordz. Ik vind het heerlijk om me zo voor te bereiden: even de spanning op de zwemspieren zetten en ondertussen de zwemstart mentaal repeteren. Ik ben op mezelf geconcentreerd. Tabitha maakt een paar foto's en ziet daarop een saillant bij-effect van mijn warming-up. Mede-atleten zien mij aan de slag zien en worden onrustig: missen zij iets essentieels?

In de minuten voor de start wordt de lucht inktzwart. In de verte rommelt de donder. Een minuut voor de start oppert iemand de vraag of het wel verstandig is om te starten. Ik zie Wim den Doncker zijn telefoon openklappen... met zichzelf overleggen... en de telefoon weer dichtklappen. Hij zegt: de start is over vijf seconden. En weg zijn we.

Ik ben direct goed weg en rond naast Lars van der Eerden de eerste boei. Een man is vooruit: ik zit erbij! Het is lang geleden dat ik zonder pak in een wedstrijd zwom - en I love it. Met pak voel ik me opgesloten, zonder pak voel ik me vrij. Na driehonderd meter schuift Jeray Luxem langszij. Ik nestel me in zijn voeten; Lars haakt op zijn beurt zijn wagonnetje aan bij mij. Halverwege het zwemmen wordt het steeds donkerder. Alsof de avond valt. Ik voel de spanning in de lucht, maar besef me later pas dat dit het moment is waarop het dreigende onweer in volle hevigheid losbarst. Als derde, op dertig seconden van de leider en op de voeten van Jeray Luxem, kom ik uit het water. Het stortregent, het dondert en het bliksemt.

Na een redelijke wissel begin ik aan het fietsen in een groepje van vier. Na een paar honderd meter vlak gaat het direct 3,3 kilometer en 5,5% omhoog: de col de Fily. Ik houd m'n wattagemeter tussen de 300 en 350 Watt en zie twee man langzaam van de wegrijden. Bovenaan sluit iemand bij me aan: ik lig op plaats vijf. Daarna volgt een golvend stuk en daarna een afdaling. Het onweer is recht boven me. Boven een nabijgelegen weilend tekent God een polsdikke onweersader aan de inktzwarte hemel, direct gevolgd door een donderslag. In ons ochtendgebed hebben we gebeden voor de Nisraman. Voor de deelnemers, voor een goede wedstrijd. En voor Gods bescherming. Ik weet me veilig, en met mij iedereen die hier vandaag start. Flashbacks naar het concert van Live in het Goffert park, jaren geleden. Onder het decor van zwarte wolken en onweer spelen ze Lightning Crashes. Kippenvel.



Ik geniet met volle teugen. Van de wedstrijd, het onweer, Gods stem en kracht. Van het klimmen, maar meer nog van het dalen. What goes up must come down. In de lange afdaling van het parcours stroomt het water in beekjes over de weg. Ik geef de Dean de vrije teugels en loop in op de twee mannen voor me. Beneden sluit ik aan, net voordat Het Monster zich aandient. De Muur de Maboge. Het piece de résistance van dit onderdeel. De steilste 600m is boven de 20%. Daar kwam ik gisteren pas achter en besefte me toen dat ik 42x23 als lichtste verzet heb. Niet ideaal. Al leg pressend kom ik boven, maar moet lossen bij de mannen die ik net had bijgehaald. Kris Coddens en Paul Embrechts, de nummer van 4 en 9 van het afgelopen WK offroad in Kijkduin, halen me bij en ik moet passen. Nick Baelus kan ik op m'n tandvlees volgen. Op de tweede beklimming van de Col de Fily geeft de wattagemeter tussen de 350 en 400 Watt aan. Meter voor meter sluipen we weer naar Paul Embrechts en een andere concurrent. Nick maakt de sprong, ik net niet.

De afdaling brengt uitkomst. Met één keer (achteraf onnodig) remmen en zo veel mogelijk bijtrappen sluit ik precies onderaan weer aan. Om vervolgens op de tweede beklimming van de Muur de Mabotage weer een gaatje te moeten laten. Als zevende wissel ik, met benen die nog goed aanvoelen, voor de 16km mountainbiken. Zo vertrouwd en in m'n element ik me voelde tijdens het zwemmen en in de afdalingen van het fietsen, zo niet-op-m'n-plek voel ik me op de mountainbike. De laatste keer dat ik erop zat is vijf maanden geleden. De eerste afdaling neem ik zonder risico en die gaat goed. Daarna is er een lange, steile klim. Zo lekker als ik klom op de tijdritfiets, zo moeizaam gaat het nu. Ik kom voor geen meter omhoog. Je hebt weleens zo'n droom waarin je vol overgave aan het lopen of fietsen ben, maar voor geen meter vooruit komt. Zo voelt het mountainbiken vandaag. Filip Philips is de eerste die me bijhaalt. Daarna Rorik Schouten en even later ook Joost Christiaans en Lars van der Eerden. Ze halen me in alsof ik geparkeerd sta. Wat ook niet helpt is mijn relatief zware 26-volgeveerde mountainbike. Met jaloerse blikken kijk ik naar hun hardtail 29-ers. Niet dat ik daarmee de beste fietstijd had gerealiseerd, maar dit parcours is echt op het lijf geschreven van een 29-er. Technisch is het niet en de meeste klimmen en afdalingen zijn rechttoe-rechtaan. Als twaalfde, met meer dan 15 (!) minuten achterstand op de kop, begin ik aan het lopen.


Voortvarend, omdat de top-tien nog steeds haalbaar is. Ik storm het parc fermée uit. In de richting van het mountainbikeparcours. Dat is niet de bedoeling. Een behulpzame supporter dirigeert me de goede richting op. De foto hiernaast heeft dit moment van onachtzaamheid haarscherp vastgelegd. De eerste twee kilometer zijn heerlijk: volle bak afdalen, van de weilanden van Nisramont naar de oevers van de Ourthe. Ik loop als een zonnetje. Het enige vlekje is het gebrek aan bevestiging van de juiste route. Lintjes zie ik nergens. Op het moment dat de twijfel toe dreigt te slaan passeer ik een groepje wandelaars. 'Est-ce que le parcours du triathlon?!' roep ik in mijn beste steenkolenfrans. 'Ja, je zit goed!' antwoorden de Vlamingen. Opgelucht daal ik verder, op weg naar de trappen over de stuwdam bij de barrage van Nisramont waar we een paar uur geleden zwommen. De onweerswolken hebben inmiddels plaats gemaakt voor de zon en het wordt steeds warmer. Helemaal wanneer het parcours steil en omhoog gaat net na de stuwdam. Hardlopen lukt nauwelijks en verwordt tot snelwandelen bij de vele trapjes die hier liggen. Voor me zie ik iemand lopen. Het blijkt Lars te zijn. Hij is hard gevallen op een van de trapjes, kan wandelen, maar heeft flink pijn. Ik vraag hoe het gaat en of ik hulp moet halen. 'Het lukt wel', zegt hij, 'loop jij maar door. Je kunt er nog een paar inhalen'.

Het wordt warmer en warmer en ik begin uit te kijken naar de jump in de Ourthe. Die ligt halverwege het loopparcours. Ik zit onder de bagger en het zweet prikt in de krassen die ik heb opgelopen van een paar netelige passages. Even later is het zover en mag ik de drie meter diepe sprong maken. Superlekker om even af te koelen. Zwemmen met schoenen is apart: alsof je twee ankers aan je benen hebt. Direct na het zwemintermezzo gaat het steil en lang omhoog. Ik moet weer een paar stukken wandelen. Na een klein stukje vlak zie ik een pijl scherp naar rechts wijzen. Als er een foto was van mijn gezicht toen ik rechts omhoog keek, dan zou je daar gefronste wenkbrauwen en een flinke porsie ongeloof en verbazing op gelezen hebben. Het gaat bijna loodrecht omhoog. Veel meer dan een glibberig, aarden spoor is er niet. Met handen en voeten klauter ik de helling op, hopend op een stuk waarin ik weer kan hardlopen. Dit is werk voor mensen die klein en behendig zijn. Ik ben groot en sterk. Als een Duitse tank die woest door de Ardense heuvels aan het ploegen is worstel ik me omhoog. Boven neem ik drie seconden pauze en adem het plaatje in: om me heen bos, boven het blauw van de hemel en diep beneden de schittering van de Ourthe. Na weer een ellendig stuk klimmen zie ik Filip Philips voor me lopen. Volgens mijn berekeningen de nummer tien in de wedstrijd. Ik haal hem bij en passeer de verzorgingspost op het 7,5km-punt.

'Bijna thuis' denk ik. Dus niet. De laatste 2,5 kilometer zijn echt niet normaal. Eerst loop je dwars door het bos, over takken, dennenaalden en ander losliggend spul waarbij je constant door je enkels dreigt te klappen. Af en toe moet je over een paar omgevallen bomen heenklimmen. Daarna gaat het een paar keer supersteil omhoog en omlaag. Omhoog plant ik mijn voet in de voetafdrukken van mijn voorgangers, als vorm van trappetje. Omlaag pak ik elke drie meter een boom vast om niet naar beneden te kletteren. Op een kilometer van de finish zit er een stuk langs een aarden wal in het parcours dat schuin afloopt. Ik heb geen trailschoenen en glijd constant weg, balancerend op het randje van de zwaartekracht. Even ben ik het spoor bijster en loop ik verdwaald in de rimboe. Gelukkig vind ik snel weer het lintjesspoor. Later hoor ik dat op dit punt velen fout zijn gelopen en gekozen hebben voor het naastgelegen weiland. Dat weiland is afgezet met camoeflage-schrikdraad. Ontloop je de blikseminslagen, krijg je alsnog een opdonder. Net binnen het uur loop ik de 10 kilometer. Als elfde passeer ik de finish. Blij dat ik binnen ben en gelijk plannen makend voor volgend jaar. Want dit is een wedstrijd die ik vaker wil doen.

Het meest trots ben ik op Bietje. Zij had vooraf al het edele plan om het loopparcours te doen. Na mijn finish vraagt ze of ik zin heb om met haar mee te gaan. 'Het is een pittig loopje', vertel ik haar, 'maar ik ben er even klaar mee'. Even overweeg ik om te vertellen dat dit de zwaarste 10 kilometers zijn die ik ooit heb gedaan, maar ik bedenk me. Zij kan dit wel aan en ik wil haar niet onnodig bang maken. Mark Schoonhoven (voor de start zette Tabiet ons samen op de foto) is net begonnen met het lopen, zie ik: ideaal om samen met hem te lopen. Ze bedenkt zich geen moment en kleedt zich om voor de achtervolging. Na allerlei avonturen, inclusief een flink stuk foutlopen in de Nisramontse bossen, komt ze een uur en twintig minuten later over de streep. Ze heeft Mark bijgehaald en heeft samen met hem de weg naar de finish gevonden. Apetrots ben ik op m'n meissie. Ze lonkt heftig naar een officieel finishersshirt. Na veel soebatten mag ik mijn L-shirt inruilen voor een S-je.

Genietend van winegums, Leffes en LaChouffes brengen we de rest van de middag door. Het ene sterke verhaal na het andere wordt opgedist. De bliksem blijkt op meerder plekken te zijn ingeslagen, waaronder in de friterie aan de finish. De magnetron en frituur doen het niet, vandaar de vele lokale bieren als vervanging voor de zonder-stroom-niet-opgewarmde en gefrituurde koolhydraten. Een dorpje verderop heeft het gehageld, met stenen zo groot als duive-eieren. Alle Nisramont-deelnemers zijn allemaal zonder kleerscheuren gefinisht. God rules and protects.

Uitslag Nisraman - 27 juli 2013
(volgt)











maandag 8 juli 2013

Mijn avontuur: NK halve triathlon Didam 2013

'Een avontuur is, naar zijn natuur, iets wat ons overkomt. Het is iets wat ons uitkiest, niet iets wat wij uitkiezen'. Aldus G.K. Chesterton.

'Morgen kan ik winnen'. Aldus schrijver dezes de dag voor het NK halve triathlon Didam tegen zijn aanstaande, Tabitha. Na een week waarin mijn energieniveau erg fluctuerend was voel ik dat de rust die ik heb genomen me goed heeft gedaan. Vrijdagmiddag zie ik tijdens het inrijden wattages die ik lang niet meer heb gezien. Ik neem het parcours en mogelijke wedstrijdscenario's nog eens door. Het ideale scenario is als volgt: met de kop uit het water, aan de kop blijven met het fietsen en dan snoeihard lopen.

Triatleten hebben het vaak over fietsbenen en loopbenen. Dan vind ik dat je het ook over zwemarmen mag hebben. Armen die het water pakken en waar precies de juiste spanning op staat. Die armen heb ik (uitroepteken!). Goede benen en goede armen hebben op De Dag is deels wetenschap, deels kunde. Ik kan nog zo hard trainen en plannen, maar uiteindelijk is het God die mij kracht geeft. Vanuit dat besef zwem ik naar de startlijn.

Driehonderdvijftig triatleten staan over een lengte van honderd meter opgesteld. Ik monster de troepen, op zoek naar goede voeten. Wat dat zijn? De voeten van mannen die harder zwemmen dan ik. Want, hoe goed mijn zwemarmen ook mogen zijn, de realiteit is dat mijn zwemniveau momenteel 14 minuten op de 1000 meter is. Wil ik met de eersten uit het water zijn, dan moet het een stuk harder. Dat betekent vanaf meter 1 in de voeten van de beste zwemmers. Diederik Scheltinga is mijn man. Hij staat kniehoog half in het riet, helemaal rechts van het veld.

Foto: Ingrid van Berkel
Na het startschot ben ik super weg. De eerste 100 meter zwem ik vol door en zie dat ik op de eerste rij blijf liggen. Diederik pakt een halve lengte, daarna een hele. Ik ga in zijn voeten liggen en zie dat we bij de eerste boei in de kopgroep schuiven. Elke slag moet raak zijn om in de voeten te blijven. Diederik ben ik inmiddels kwijt, maar ik vind een ander stel benen. Ik moet me wat laten afzakken in de groep: dit is mijn maximum. Elke slag concentreer ik me om de voeten voor me in beeld te houden. Ondertussen hoop ik dat ze voorin niet doortrekken. Bij de tweede boei zie ik dat ik aan de staart van de kopgroep zit. De eerste 300 meter zijn voor mij het moeilijkst. Dat ik die heb overleefd is een gehoopte, maar onverwachte meevaller. Ik kan het tempo blijven volgen. Twee keer dreig ik op twee meter te komen. Ik weet dat drie meter funest is en dwing mezelf het gaatje dicht te zwemmen. De laatste 500 meter voelen als drie kilometer. Wat een roteind. Vooraan geven de mannen extra gas om goed uit het water te komen. Op de limiet kan ik mee. In 26:15, twee minuten sneller dan ik kan, stap ik als zesde op de kant. Een droomstart.

Foto: Ingrid van Berkel
De wissel gaat super en als derde spring ik op de fiets. Iets te enthousiast, want bij het opstappen trap ik een van de twee bidons achter mijn zadel eraf. Ik zie Addy Ruiter staan en vraag hem mijn bidon aan te geven. Dat doet hij gelukkig niet, want dat had een DQ geweest. Ik besluit hem te laten liggen en hoop dat ik de bidon later in de wedstrijd in coachzone krijg aangereikt. Mijn benen voelen redelijk maar ik schrik een beetje van de snelheid waarmee Diederik Scheltinga voorbij komt. Ik laat hem 50 meter wegrijden: dit gaat mij te hard. Een paar kilometer later stuiter ik door een kuil en voel ik dat de tweede bidon achter mijn zadel wordt gelanceerd. Ik heb er nu nog eentje over. De weinig voor 80 kilometer fietsen en 20 kilometer lopen: ik heb een probleem. Op diverse plaatsen langs het parcours staan bekenden. Ik laat her en der weten dat ik bidons nodig heb. De respons is overweldigend. Als eerste  krijg ik van Eddy Lamers een bidon aangereikt. Die mis ik. Mathijm Wassink biedt me een bidon aan. Die pak ik niet aan: te dicht bij de officiële coachingszone waar ik een eigen bidon verwacht. Tabitha heeft namelijk ook gehoord van mijn bidontekort en is driftig voor me aan de slag gegaan. Ze regelt vier bidons, trekt een halve koelkast leeg en staat weer precies op de tijd in de coachingszone. In de staart van de kopgroep die zich inmiddels heeft gevormd rijd ik na twintig kilometer de coachingszone binnen, driftig speurend naar bidons. Addy staat aan het begin van de zone en roept dat Eimerd Venderbosch mijn bij het opstappen verloren bidon gaat aangeven. Eimerd doet dat zo voortreffelijk dat ik Tabitha's bidons niet aan hoef te pakken en zij een beetje beteuterd en teleurgesteld achterblijft met haar vier bidons. Een ronde later krijg ik van weer iemand anders een derde bidon. Ik kan het bijna niet aangedronken krijgen;)

Foto: Ingrid van Berkel
Behalve de aanvangsfase ging de eerste ronde in een gelijkmatig tempo. Het gemiddelde na de eerste twintig kilometer: 40.7. Inmiddels is de kopgroep aangegroeid tot acht man. Ik voel dat ik de zwakkere, zo niet de zwakste ben en ben blij met elke kilometer dat ik mijn verblijf in de kopgroep kan verlengen. Zeker wanneer Dave Rost en Diederik Scheltinga gas geven, moet ik alle zeilen bijzetten om de aansluiting te blijven houden. Na ruim 50 kilometer zie ik dat er een kleine breuk ontstaat. Ik voel dat dit een beslissend moment kan zijn: Diederik en Dave rijden, met nog iemand, meter voor meter weg. Vanuit de achterste positie rijd ik naar voren. Dat gaat eventjes soepel, maar de laatste honderd meter dichtrijden lukt niet. Ik blijf op honderd meter hangen en kom niet meer dichterbij. Bij een verkeersheuvel voelt mijn voorband vreemd aan. Lek? Ik druk een paar keer met mijn volle gewicht op mijn stuur en kijk of de band tegen de velg komt. De weg loopt hier in een flauwe bocht. Wanneer ik opkijk zie ik dat ik in een akelige schuine hoek richting de hoog opstaande trottoirband rijd. Die is op nog geen twee meter. 'Kansloos' denk ik en doe mijn ogen dicht, wachtend op de crash. Ik voorvoel al  het rauwe schuren van het asfalt.

Wanneer ik een halve seconde later mijn ogen open doe, zie ik dat ik op het naastgelegen fietspad rijd. De trottoirband heeft een onderbreking van een meter en ik ben precies daardoor geschoten. Na de wedstrijd zie ik een kras op mijn dichte achterwiel dat de trottoirband heeft geschampt. De volgende vijf minuten breng ik dank zeggend aan God en mijn beschermengel door. De adrenalinestoot die deze bijna-val oplevert brengt me echter niet naar de drie koplopers. Die pakken 10 seconden voorsprong bij de derde doorkomst. Nog twintig kilometer te gaan en het is oorlog.

Meter voor meter kruip ik, samen met de anderen uit de kopgroep, terug naar de drie koplopers. Het gemiddelde is inmiddels ruim boven de 41. Mijn benen branden en willen met rust gelaten worden. Drie kilometer later is de kopgroep weer bij elkaar. Als de drie mannen voorop nog twee kilometer hadden doorgetrokken, hadden ze mij kwijt geweest. Ik voel maar al te goed dat ik kanonnevlees ben en zet daarom mijn pokerface op. Het tempo zakt: deze groep is te veel aan elkaar gewaagd om uit weg te rijden. Het lopen zal de beslissing brengen. Ik kijk ernaar uit, want lopen, dat is mijn ding.

Foto: Ingrid van Berkel
Als derde rijd ik de wisselzone in. Als zesde kom ik er weer uit. Door een heel domme fout: ik heb de route in het parc fermée fout in mijn hoofd zitten. Daardoor loop ik dik 100 meter om, wat me de aansluiting met Diederik Scheltinga kost. Ik maan me tot kalmte: dertig seconden is niets op twintig kilometer. Ik schuif plaats voor plaats op en heb na vijf kilometer iedereen bijgehaald, behalve Diederik. Die loopt een krappe minuut voor me. Ik zit super qua energie en voel dat ik harder kan.

De chicane bij de doorkomst in het stadion neem ik volle bak. Elke seconde is er één. Tien meter verder schiet de kramp in mijn linkerbovenbeen. Ik kan niet verder lopen en moet stoppen. Een storm aan tegenstrijdige gedachten flitst door mijn hoofd. Ik concentreer me op ontspanning, adem naar de kramp toe en probeer te ontspannen. Bob Martens, Dave Rost, Jan-Roelf Heerssema en Stefan van der Pal lopen me weer voorbij. 'Rustig gaan lopen' zegt Addy Ruiter. Dat lukt en langzaam zet ik me in gang. Eerst twaalf per uur en vervolgens telkens een beetje harder. Geleidelijk begin ik de mannen die me tijdens de krampaanval zijn voorbijgelopen weer bij te halen. God heeft me stilgezet en weer op gang geholpen. Ik voel me kwetsbaar en sterk tegelijk. Het voelt harder en makkelijker dan in ronde 1. Dit is niet het scenario dat ik had bedacht. God heeft een ander script bedacht en ik voel dat ik nog steeds kan winnen. Blijven geloven, blijven vertrouwen en hard blijven lopen. Aan het eind van ronde twee loop ik weer op de derde plaats. Winnen: het kan nog!

Ik slalom weer door de chicane... en sta vijftig meter verder volledig geparkeerd. Een krampscheut, heviger dan de vorige, trekt in volle hevigheid door mijn linkerbovenbeen. Ik probeer te ontspannen, maar de kramp houdt aan. De nummer vier, vijf en zes komen langs. Dirk Wijnalda passeert. De kramp wil maar niet weg en ik schreeuw het uit. Van pijn en frustratie. En nog een keer. De kramp blijft.  Uitstappen wil ik niet, maar ik kan zelfs niet wandelen zo lang de kramp blijft aanhouden. Eindelijk, na wat een eeuwigheid lijkt te duren maar in werkelijkheid misschien een dikke minuut is geweest, ebt de kramp weg. Heel voorzichtig begin ik te wandelen en daarna te dribbelen. De kop is inmiddels uit zicht verdwenen. In de verte zie ik Bob Martens en Dave Rost lopen op plaats drie en vier en daar weer achter Jan-Roelf. Diederik en Dirk zijn uit beeld. Ik kan weer terug naar een redelijk tempo maar voel bij elke hobbel - en dat zijn er nogal wat over het 1,5 kilometer lange, onverharde, grof gemaaide pad - de krampscheuten door mijn benen vlammen. Jan-Roelf haal ik bij en na de derde ronde lig ik op de vijfde positie. De Chicane doemt weer op. Deze keer laveer ik heel voorzichtig erdoorheen. Tot mijn opluchting deze keer zonder krampaanval. Ik time het verschil met Dave en Bob, die ik voor me uit zie lopen, op 32 seconden. Het verschil tussen plaats vijf en het podium. Ondanks mijn benen die tegen de kramp aanzitten kan ik op de geasfalteerde stukken redelijk tempo lopen. Het gat wordt zienderogen kleiner. Tot ik bij het onverharde stuk kom. Alsof ik op eieren loop, zo voorzichtig moet ik hier mijn voeten neerzetten om niet in de kramp te schieten. Bob Martens zie ik verder uitlopen. Het gat met Dave Rost blijft hetzelfde.

De laatste twee kilometer zijn over asfalt. In eerste instantie blijft Dave op 100 meter voor me lopen. Meter voor meter kruip ik dichterbij. Plaats vier moet kunnen, mits ik minstens tien seconden marge pak voor de laatste twee bochten. Die zal ik heel voorzichtig moeten nemen om niet voor de derde keer stilgezet te worden. In de voorlaatste kilometer haal ik Dave bij en blijf tempo maken. Hij kan niet mee en ik neem heel geleidelijk afstand. Voor me zie ik Bob lopen... en Diederik Scheltinga. Die is blijkbaar ingestort en loopt achterstevoren op zijn tandvlees op zijn laatste druppel energie. Het gat lijkt te groot om nog dicht te lopen.

Dat blijkt ook zo te zijn, want op de streep kom ik 21 seconden tekort voor het podium. Diederik ligt uitgestrekt op de finishstreep wanneer ik binnen kom. Tabitha wacht me op en ik voel me heel emotioneel.

'Alles gegeven', zeg ik, 'dit is wat erin zat vandaag'.

Foto: Ingrid van Berkel
Uitslag NK halve triathlon Didam 2013
1. Dirk Wijnalda 3:39:06
2. Bob Martens 3:40:56
3. Diederik Scheltinga 3:41:42
4. Bert Flier 3:42:03
5. Dave Rost 3:42:21





zondag 23 juni 2013

Gastelse goesting

Tweet 1, zaterdagochtend 22 juni: @BertFlier: is om 5 uur opgestaan en onderweg naar de 1/3 van Oud Gastel. Heb dat typisch jaarlijks terugkerende Gastelse gevoel: goesting.

Tweet 2, zaterdagmiddag 22 juni: @BertFlier: 1/3 triathlon Oud Gastel: 3e uit het water, 5e van de fiets, 2e over de finish. Superspannende wedstrijd!

Oud Gastel 2013 in twee maal 140 tekens is natuurlijk veel te kort. Hier het verhaal wat er is gebeurd tussen de tweets.

In de vroege ochtend, het is nog geen zeven uur, rijd ik Oud Gastel binnen. Het Brabantse dorp ademt rust. Behalve in het centrum. Daar worden de laatste voorbereidingen getroffen voor het jaarlijkse triathlonfeest. Ruim 1000 mannen en vrouwen zullen deze dag starten. De meesten op de 1/8 trio-triathlon die traditioneel het slotnummer vormt van de dag. Gans Gastel is hierbij betrokken. Is het niet als deelnemer, dan wel als supporter of vrijwilliger.

Nadat ik Rob Musters en huisgenoten goedemorgen heb gezegd, schrijf ik me in. Veel bekende gezichten. Gerbert van den Biggelaar, Carlo van den Berg, Chris Brands. Handenvol atleten die mee zijn geweest op trainingsstage en veel 3in1Sports atleten. Super om elkaar, na alle trainingen en voorbereidingen, hier te treffen en iedereen nu eens bezig te zien in de wedstrijd.

Tijdens het infietsen en inzwemmen voel ik dat ik in orde ben. Sterker nog, ik voel dat dit de dag is waarop ik het meest fit ben van dit jaar. Daar zit trouwens weinig planning achter. Wel veel ervaring en vooral vertrouwen en geloof dat God kracht geeft wanneer ik dat nodig heb. De angst en onzekerheid die ik vroeger voelde heeft steeds meer plaats gemaakt voor vertrouwen, rust en nieuwsgierigheid voor het scenario dat de Grote Regisseur heeft geschreven. Het enige dat ik hoef te doen, is racen en genieten. Druk maken over het weer, de tegenstand, de uitslag - dat is ballast die ik overboord mag zetten.

Na het inzwemmen positioneer ik me naast Richard de Groot en Remy Vasseur. Daar wil ik bij aanhaken. Rob Musters en Gerbert van den Biggelaar liggen verdekt opgesteld in het riet aan de andere kant. Zij smeden snode plannen om samen met het zwemmen het hazenpad te kiezen en voorsprong te pakken. Mijn zegen hebben ze. Ik ben heel blij met mijn start en kan tot mijn verbazing makkelijk mee met Richard de Groot, die hier vorig jaar in het kielzog van Rob Musters uit het water kwam, en Remy Vasseur. In mijn ooghoek zie ik de twee Gastelaars hun plan ten uitvoer brengen. Niet zo ver achter Rob en Gerbert rond ik het keerpunt, kom op kop van de achtervolgende groep en neem het tempo voor mijn rekening op de terugweg. Op een krappe minuut hijs ik me als derde uit de Vliet, op de voet gevolgd door een kielzog van een man of tien.

Foto's: Paul Musters
Na een voor mijn gevoel matige wissel die qua tijd toch prima was zet ik de achtervolging in op Rob en Gerbert. Mijn benen voelen goed en ik knal het viaduct over de Vliet op en af. Daarbij lanceer ik de bidon die achter mijn zadel gemonteerd is. Dat is een probleem, want die bidon heb ik absoluut nodig. Heel even overweeg ik om te draaien, maar zie een parcourswachter staan. 'Geef me de volgende ronde mijn bidon aan. Die ben ik net verloren!' roep ik hem toe. In de tweede ronde merk ik wel of de beste man mij heeft begrepen. Te diezelfder tijd haalt Remy Vasseur me bij. Hij heeft het gaspedaal diep ingetrapt. Ik probeer zijn tempo te volgen en dat doet pijn. Het gaatje wordt al snel dertig, veertig meter. Mijn benen zeggen dat ik niets moet forceren. Ik laat Remy rijden. Even later komt Chris Brands langs stoempen. Tegenwind rijd ik tegen de 400 Watt in een poging zijn tempo te volgen. Dat kan ik niet en ook Chris moet ik laten gaan. Ik rijd nu vijfde, alleen en in mijn eigen tempo.

Aan het eind van de 1e ronde zie ik Paul Musters staan, de broer van. Ik roep hem dat ik mijn bidon ben kwijtgeraakt en of hij kan helpen. Bij de tweede passage van het viaduct blijkt hij mij perfect begrepen te hebben en geeft me een bidon aan. Weliswaar niet mijn eigen bidon, maar het is tenminste iets. 200 meter staat mijn reddende engel. Pa Musters. Via mij nog steeds onbekende communicatiekanalen heeft ook hij opgepikt dat ik mijn bidon ben kwijtgeraakt. Hij staat midden op de weg met in zijn hand mijn met bancha-thee en diksap gevulde bidon. Met mijn energietanks volledig op peil vervolg ik de wedstrijd. Richard de Groot en Carlo van den Berg kruipen meter voor meter naar mij toe en sluiten na 30 kilometer aan.

Een paar kilometer later moet Carlo lossen. Ik begin me steeds beter te voelen en hoor dat de achterstand op Chris 2 minuut 45 is. Remy en Gerbert zitten 1 minuut 45 voor me. Dat is een flink gat en ik voel dat ik een goede laatste ronde nodig heb om winstkansen te blijven houden. De derde ronde wordt een hele goede. Richard moet lossen en ik zie het gat op Rob Musters steeds kleiner worden. Samen met hem kom ik van de fiets, op drie minuten van Chris en krap twee minuten op Remy en Gerbert.

Vanaf de eerste loopmeter geef ik gas. Willen we kans maken op de winst, dan moet er volle bak gelopen worden. Hardop spreek ik mijn gedachten uit tegen Rob. 'Geloof! Ik voel dat we het heel spannend kunnen maken. 1 en 2 kan! Gewoon zo hard lopen als je kunt. De Grote Regisseur schrijft het scenario wel. Rob haakt aan en samen lopen we de eerste 3,5 kilometer. Ik push en push: hier een en twee worden, in welke volgorde dan ook, zou ik ultiem vinden. Mijn rechterbovenbeen begint te verkrampen. Ik loop op het randje.

Bij het eerste keerpunt, na 3,5 kilometer, is er al een flinke hap van onze achterstand af. Rob roept dat hij het niet meer bij kan houden en wenst me succes. Alleen vervolg ik mijn jacht op het podium, iets minder agressief om de kramp te beheersen. Ik blijft inlopen en hoor van Addy Ruiter na vijf kilometer dat het nog steeds kan. Maar dan moet ik wel verrekte hard blijven lopen. Dat doe ik. Langzaam maar zeker komt Chris in beeld. Na negen kilometer passeer ik hem. Minder hard dan ik zou willen: het beste is er bij mij af. Honderd meter daarvoor loopt Gerbert. Dat gaatje lijkt een tijdje te stabiliseren, maar na een stukje over een grasstrook zie ik dat ik het gat nog maar dertig meter is. Het is nog krap twee kilometer naar de finish. Remy lijkt inmiddels buiten schootsafstand, maar plek twee kan. Dan moet ik wel met Gerbert afrekenen. En dat moet ik niet in de eindsprint doen.

Ik graaf nog even diep om het laatste gaatje dicht te lopen. Vanuit de tientallen manieren die er zijn om iemand in te halen kies ik deze keer de variant 'snoeistrak tempo lopen en zo dicht mogelijk passeren'. Dat werkt. Meter voor meter moet Gerbert lossen. Ik haal me de geschiedenis van de vrouw van Lot voor ogen om me te dwingen niet achterom te kijken. Dat haalt mijn focus weg en geeft hem hoop. Bij het inkomen van Gastel-centrum hoor ik Wim van de Broek winnaar Remy Vasseur aankondigen. Hij heeft vandaag verdient gewonnen. Ik ben heel blij met mijn tweede plek en met de spanning die ik in de wedstrijd heb kunnen leggen. Dat is wat Gastelse goesting met je kan doen.

Uitslag 1/3 triathlon Oud Gastel, 22 juni 2013
1. Remy Vasseur 2:38:33
2. Bert Flier 2:39:07
3. Gerbert van den Biggelaar 2:39:20
4. Richard de Groot 2:40:30
5. Chris Brands 2:40:47
6. Rob Musters 2:41:43

dinsdag 26 juni 2012

Wind en winst in Oud Gastel

Zaterdag 23 juni sta ik voor alweer de 13e keer aan de start in Oud Gastel. De eerste keer was in 1998, de laatste keer in 2010: vorig jaar heb ik, met pijn in mijn hart, verstek laten gaan vanwege het NK halve triathlon in Didam.

In Stein vindt Oud Gastel een serieuze concurrent voor dit triathlonweekend. Gelukkig blijkt dat er meer dan genoeg ruimte is voor twee grote wedstrijden in één weekend. Sterker nog, op de hoofdafstand, de 1/3 triathlon (1,3-60-14) staan zaterdag meer mensen aan de start dan vorig jaar, toen Stein niet doorging. Chapeau!
(Voor de Stein-lezers van dit blog: in Oud Gastel is het 18C en droog. Stein lijkt dit jaar qua omstandigheden meer op de Elfstedentocht van 1968 als ik verslagen lees: noodweer, onderkoeling en valpartijen. Tip: volgend jaar Oud Gastel;)

Winderig is het wel in de Gastelse polder. Kracht vijf als basis met windstoten richting de 80km/uur. Tijdens het infietsen voel ik dat mijn Fast Forward-dichte wiel lekker zeilt in deze omstandigheden. Het voorwiel, een Fast Forward driespaakswiel, krijgt met de zijwind flinke klappen te verwerken, maar levert voor mijn gevoel toch voordeel op. Met die combi start ik dus.

Daarvoor moet er wel eerst gezwommen worden. Traditiegetrouw wil ik als eerste in het water liggen. Plaatselijk favoriet Rob Musters is mij bijna voor. Hij is de trap al bijna af en staat op het punt zich te water te laten wanneer ik met een grote plons vanaf de kade de Roosendaalse Vliet inspring. Op het nippertje lig ik er dan toch als eerste in.

Bijzonder is dat ik Rob sinds een jaar begeleid. Hij is een serieuze concurrent geworden en ik ben benieuwd waar hij vandaag toe in staat is. Hij kan Oud Gastel te winnen, dat staat voor mij als een paal boven water. Maar dan moet hij wel met de concurrentie afrekenen. Meervoudig Nederlands kampioen Chris Brands, Richard de Groot, fietsbeest Wardie van Wouw en good-old Paul Verkleij dingen ook mee naar het podium.

Na de start vormt zich een kopgroepje met vooraan Rob en Richard. Na 200 meter moet ik ze laten gaan en kom op kop de liggen van de achtervolgende groep. Bij het keerpunt, na 650 meter, zie ik dat het gaatje een meter of dertig is. Ik had er liever bijgezeten, maar geen reden tot zorg. Achter me zie ik een flinke groep liggen. Met de smalle trap de Vliet uit in het vooruitzicht blijf ik voorin de groep liggen en stap na 19 minuten als zesde uit het water. Rob en Richard liggen een minuut voor.

Mijn eerste wissel is (na twee wedstrijden waarin-ie minder liep) bijna weer als vanouds en als derde zit ik op de fiets. De benen voelen meteen goed en ik geef gas om direct druk te zetten op de mannen voor me. Vlak achter mij blijkt Chris uit het water te zijn gekomen. Na vijf kilometer sluit hij aan en geeft op het stuk voor de wind gas. Voor de wind boven de 350 Watt betekent boven de 50 km/u. Dat schiet op. Ook met zijwind blijven we tussen de 40 en 45/uur rijden. Bij de mannen voor ons gaat het minder hard: we lopen per kilometer een seconde of zes in. Na de eerste (van 4 rondes van 15 kilometer) halen we Richard de Groot bij. Begin ronde drie is het gat met Rob Musters gedicht. 'Rijden!' schreeuw ik 'm toe wanneer ik hem passeer. Chris rijdt gruwelijk hard op dit stuk. Mijn wattagegegevens gaan richting de 400 Watt en ik sta op breken. Op hangen en wurgen kan ik hem op twintig meter houden, hopend op een zwak moment. Na twee rondes staat het overall gemiddelde op 40.9.

Dat zwakke moment komt er dus niet. Integendeel. Op het stuk tegenwind in ronde drie geeft Chris er nog een flinke snok aan en forceert een gat. Rob en Richard zijn inmiddels niet meer te zien. Alhoewel Chris twee kilometer verder wordt gehinderd door de tijdwagen krijg ik het gaatje niet meer dicht. Ik berust in zijn fietssuprematie en zoek mijn eigen tempo. Ondertussen check ik mijn loopbenen. Die zijn ok, denk ik te kunnen voelen. Echt zeker weet ik het pas wanneer ik de loopschoenen zal aanhebben.

De laatste ronde is een zware. Ik vind weer een ritme, maar de wattages zijn nu rond de 300 in plaats van er constant dik boven. Met een gemiddelde van 40.3 kan ik de Dean in het parc fermé stallen, op 55 seconden van Chris. Die is dus gewoon vrolijk zijn wattages blijven trappen de laatste anderhalve ronde.

Mijn loopbenen blijken niet goed, maar super. Ik loop als de spreekwoordelijke kievit over het Gastelse heen-en-weer parcours. Na een kilometer of drie is het gat op Chris dicht en besef ik dat ik vandaag voor de zesde keer deze wedstrijd mag winnen. Ik besef dat dat heel bijzonder is. Zonder dat ik het verwacht word ik overspoeld door een golf van emotie. Normaal bid ik veel tijdens een wedstrijd. Vandaag is het danken voor alles wat ik heb gekregen. Samen met Mijn Coach loop ik de laatste 11 kilometers. Simpelweg hard lopen, genieten en contact maken. Met volle teugen geniet ik van de energie die ik mag uitdelen en ontvangen van de andere deelnemers en de supporters.


Chris Brands finisht als tweede, met een hele snelle, maar niet de snelste, fietstijd. Die is voor Wardie van Wouw. Hij ligt tot in de slotkilometers op de derde plaats maar krijgt last van kramp, zodat Richard de Groot, met een heel scherpe looptijd, hem nog net van het podium kan stoten. Trots ben ik op Rob, die zich helemaal geeft en uiteindelijk als vijfde finisht. Hij heeft gestreden voor wat hij waard is en dat is het maximale wat je kunt doen.

Het is weer een bijzondere dag geworden in Oud Gastel. In BN De Stem staat een mooi verslag:
http://www.bndestem.nl/sport/sportbrabant/11280202/Wind-blaast-Musters-van-podium.ece#


Uitslag 1/3 triathlon Oud Gastel, zaterdag 23 juni 2012
1. Bert Flier - 2:40:07
2. Chris Brands - 2:43:44
3. Richard de Groot - 2:45:44
4. Wardie van Wouw - 2:46:03
5. Rob Musters - 2:46:11

donderdag 14 juni 2012

Cross-off Kijkduin: geselecteerd voor het EK offroad triathlon


Vanaf het dak van Friterie Bertrand aan de voet van de Wanne richt ik me met dit wedstrijdverslag tot de trouwe lezers van dit blog. Ik zit namelijk een weekje in België, samen met Tabitha, om plannen te maken voor de toekomst. In dit stadium op top secret-basis, maar ik kan alvast verklappen dat we groots denken.

Terug naar zaterdag 9 juni. Om vier uur in de namiddag verzamelt zich op het strand voor het NH Hotel – sponsor van de Nederlandse offroad triathlon selectie – diezelfde selectie voor de allereerste cross-off in de Nederlandse triathlongeschiedenis. De reden: 14 juli 2012 staat in Kijkduin het EK offroad op het programma. Voor degenen die filmpje willen kijken: hieronder alvast het Youtube-verslag van de cross-off.


Via allerlei selectiewedstrijden en kwalificatiemomenten zijn voor het EK offroad bijna alle plaatsen ingevuld. Bij de heren elite zijn vijf van de zes om precies te zijn. Ik zit daar niet bij en mag het, samen met Joost Christaans, Arie de Jong en Hendrik Venema, uitvechten wie de laatste plaats mag opeisen. Daarvoor is dus deze cross-off. Naast ons vieren start een groot gedeelte van de atleten die zich al van een startbewijs verzekerd weten. Waaronder Evert Scheltinga, de NK offroad-kampioen van 2012. Zijn weelderige haardos komt aan alle kanten door zijn helm heen, zodat ik mezelf hoor zeggen: ‘er zit helm tussen je haar’. In totaal (dames en heren junioren, onder 23 en elite) staan we met iets van 20 man aan de start.

Voor mij is dit de enige kans me te kwalificeren. Ik ben, op een goede manier, gespannen. Kijkduin ligt mij (ik won hier in 2007 en 2010) en ik zou het een eer vinden voor Nederland op het EK te mogen uitkomen. Wat mijn hart doet opspringen van vreugde is de wind en de zee. De wind blaast met een Beaufortje of 6 over het strand, zodat je tegenwind bijkans gezandstraald wordt. De zee is wild. Op de koppen van de golven staan schuimkoppen en tijdens het inzwemmen word ik een paar keer gespoeld. (Gespoeld worden is een zelfbedachte term die betekent dat  een golf boven je breekt en vol over je heen komt). Je komt vanzelf weer boven, maar ontspannen zwemmen is het niet in dit soort omstandigheden. Het kan wel intimiderend zijn. Ik vind het vooral gaaf.


Boeien ontbreken voor deze officieuze wedstrijd. In plaats daarvan zigzaggen twee boten van de reddingsbrigade 200 meter uit de kust. Het doel is tot op de hoogte van de boten te zwemmen, weer terug naar de kust, een stuk over het strand lopen en dat nog een keer te herhalen. Vervolgens twee rondes fietsen (iets van 20 kilometer) en twee rondes lopen (6 kilometer).

Na het startschot knallen we de 13 graden koude Noordzee in. De golven beuken je weer terug op de kust. Zoals Jarrich van Woersem het tijdens het inzwemmen uitdrukte: ‘ik heb 20 meter gezwommen en ben 10 meter vooruitgegaan’. Alleen Cornelis Scheltinga krijgt het vooral elkaar om de brekers te ontlopen. Hij is verreweg als eerste terug. Ik blijk een flinke detour gemaakt te hebben en kom op ruim 2 minuten, als negende, uit het water. De tweede ronde laten we maar zitten, het is al heel wat dat we allemaal weer levend uit de woeste baren terug zijn gekomen.

Na een bizar slechte wissel – ik krijg mijn wetsuit moeilijk uit – spring op de van vriend Sjoerd Bult geleende 29-er. Wat een genot is het om op deze fiets hier te mogen rondrijden. Een seconde of dertig voor me uit zie ik een groepje van vier rijden: Diederik Scheltinga, Jarrich, Milan Brons en Tjardo Visser. Meter voor meter kruip ik dichterbij en in de laatste klim in de Puinduinen kan ik aansluiten. Ik merk dat ik het gas vol heb opengetrokken wanneer we weer vanaf de duinen het strand oprossen. Ik maak een verkeerde keuze door een kerende auto (die nietsvermoedend is van de belangen die wij op de mountainbike aan het verdedigen zijn) in en mis daardoor de aansluiting met de groep op het strand. Drie man kan ik bijhalen, maar Diederik is gevlogen: die rijdt kneiterhard weg. Als tweede van ons groepje en als zevende overall begin ik aan de tweede ronde. Ook op die positie kom ik in het parc fermé voor de loopwissel.

Die gaat een stuk beter dan de eerste wissel. De loopronde van drie kilometer is weer wat zwaarder dan in voorgaande jaren: eerst twee kilometer op en af door de duinen over zand- en schelppaden en vervolgens over het strand terug. Met de wind recht in je giechel. Mijn benen blijken het fietsen goed te hebben verteerd en ik kan lekker rammen. Ik haal een mannetje in en zie even later Joost Christiaans voor me lopen: een van de gegadigden voor de laatste selectieplaats. Wanneer ik hem bijhaal, vertelt hij fout te zijn gereden en gelopen. Erg zuur voor hem. Inmiddels weet ik dat ik van de niet-geselecteerden de eerste ben. De tweede ronde zie ik (junior!) Milan Brons en Diederik Scheltinga voor me uit lopen. Ik kom dichterbij, maar kom net te kort om voor het laatste stuk strand tegen de wind in aan te sluiten. Zij wisselen mooi de kopbeurten af en komen zo als nummers drie en vier binnen. Ik finish als vijfde, op iets van twee minuten van winnaar Evert Scheltinga. Rorik Schouten draait ook erg goed en is tweede.

‘s Avonds krijg ik de officiële bevestiging van bondscoaches Johan Neevel en Rob Barel dat ik erbij zit. Erg mooi. Ik weet waar ik sta en wat ik de komende weken mag doen om op 14 juli voor Nederland op het EK uit te komen.

donderdag 31 mei 2012

Heerenveen: NK Masterstitel

Foto's: Kevin Damstra/ Martin Knegt/ Atse Numan
Heerenveen is in 2012 het toneel voor het NK Masters op de Olympic Distance (1,5-40-10). Ik ben van november 1972 en nog geen 40, maar volgens de wedstrijdreglementen ben je veteraan in het jaar waarop je 40 wordt. Ik blijf, ongeacht mijn leeftijd, nog steeds voor het overall-klassement meedoen en vind het tegelijk mooi om de degens te kruisen met leeftijdsgenoten. Dus start ik in Heerenveen. Op Rob Barel na waren alle oudere jongere triatleten naar Heerenveen afgereisd: Frans van Heteren, Carlo van den Bergh, Edwin Ophof, Frank Heldoorn en Johan Neevel en nog veel meer afgetrainde ervaren collega's. Een titel is ten slotte altijd welkom.

Ik ben op tijd in Heerenveen zodat ik in alle rust mijn warming-up kan doen. Wanneer ik me om tien over twaalf, 20 minuten voor de start, in mijn wetsuit hijs, zie ik dat er nog steeds veel fietsen ontbreken in het parc fermé. 'Raar', denk ik. Frank Heldoorn komt op z'n gemak zijn wisselzone inrichten, maar zijn fiets zie ik niet. Ik vraag of hij het vandaag zonder fiets gaat doen. 'Mijn fiets staat nog buiten het parc fermé; ik ga zo nog even inrijden', is zijn antwoord. 'Inrijden?' vraag ik, 'over twintig minuten starten we'.

'Hoe bedoel je? De start is pas om half twee'. Ik kijk om me heen en zie inderdaad dat ik de enige ben die zich in het zwarte neopreen heeft gehuld. Ik zit er dus een uur naast. Het is 25 graden en ik begin al flink te zweten: als de wiedeweerga trek ik mijn wetsuit weer uit en doodt de tijd met een extra stukje inlopen.
Na het inzwemmen is het dan eindelijk tijd voor de start. Ik positioneer me tussen Johan Neevel en Menno Iedema, de mannen die sowieso in de kopgroep zullen liggen. Ik ben lekker weg en ga in de voeten van Menno liggen. Hij trekt na tweehonderd meter door en er komt een paar man over me heen. Bij de eerste boei hang ik nog net aan de kopgroep, maar op de terugweg moet ik ze laten gaan. Van achteren komt hulp in de vorm van Carlo van den Bergh. Op zijn voeten kom ik, op een ruime minuut van de kop, uit het water. De eerste wissel verziek ik doordat ik niet agressief genoeg ben bij het uittrekken van m'n pak. Dat kost me 20 seconden en de aansluiting met Carlo. Er is een volle ronde jagen nodig om, eerst Carlo en daarna de rest van de kopgroep, bij te halen. Met dank aan Frans van Heteren die vlak na mij uit het water komt en het gaspedaal diep intrapt tijdens het fietsen.





Alleen Johan Neevel rijdt nog voor ons uit. Na één ronde van 9 kilometer hebben we 5 seconden van de achterstand afgehaald. Dat betekent dat Johan sterk aan het fietsen is. In ronde 2 trekt Frans vol door in een poging de groep met Menno Iedema, Bob de Vries, Carlo van den Bergh en Frank Heldoorn los te rijden. Dat lukt in eerste instantie niet, maar zijn tweede poging, halverwege ronde 3, slaagt. Frans rijdt alleen weg en ik besluit hem te laten rijden.

Ik vertrouw op mijn lopen, maar het is toch wel schrikken als ik in de fiets-loopwissel hoor dat Johan inmiddels 1 minuut 50 voorsprong heeft. Dat was niet nodig geweest, maar dan had ik meer initiatief moeten nemen tijdens het fietsen.

De tweede wissel is wel agressief en ik start hard op het lopen. Frans, die een seconde of twintig voorsprong had, heb ik na een dikke kilometer te pakken. Aan het eind van ronde 1 (van 4) is de achterstand op Johan 1.10. Ik reken even snel: veertig seconden eraf maal vier is 160 seconden is 50 seconden voorsprong op de streep. Ceteris paribus. Dat zou betekenen dat ik hem begin ronde 4 zou moeten bijhalen. De tweede ronde blijf ik vol doorlopen en krijg door dat ik er nog maar 20 seconden achterzit. Omdat het nu toch wel pijn begint te doen, temporiseer ik iets. Aan het eind van de derde ronde haal ik Johan bij. Tijdens het passeren vertel ik dat hij, als hij dit tempo aanhoudt, de rest achter zich kan houden. De laatste ronde kan ik beginnen met het genieten: de titel is binnen!

Bij de finish neem ik m'n tijd om mijn feestje te vieren. Want ik ben blij met deze titel. De foto's zeggen genoeg.

Uitslag NK Masters Heerenveen, 26 mei 2012

1. Bert Flier 1.55.01
2. Johan Neevel 1.55.59
3. Edwin Ophof 1.57.56
4. Frans van Heteren 1.58.59
5. Bob de Vries 1.59.33

maandag 21 mei 2012

Forever Young: 2e 1/8 triathlon Krimpen a/d IJssel 2012

Youth is like diamonds in the sun / And diamonds are forever. Was getekend: Alphaville, Forever Young, één van mijn favoriete songs. Briljante tekst die de wens van elk gelukkig mens uitspreekt. I want to be forever young. Ook ik. Blij vooruitzicht dat mij streelt: ik mag geloven dat er een tijd komt waarbij we een inderdaad een lichaam krijgen dat niet meer sterft. Hoe mooi is dat?

De realiteit van dit aardse leven is dat ik dit jaar 40 hoop te worden. In triathlonkringen schuif je dan door naar de categorie der Masters. De 1/8 triathlon van Krimpen aan den IJssel van 19 mei 2012 is mijn eerste officiële wedstrijd als veteraan. Door de 3in1Sports triathlonstages en clinics van de afgelopen maanden heb ik veel kunnen trainen, maar nog geen gelegenheid gehad een wedstrijd te doen. Zelfs geen loopwedstrijden. Met het NK Masters in Heerenveen in het vooruitzicht en later dit seizoen hopelijk het EK offroad in Kijkduin (waarvoor ik me nog dien te kwalificeren) is Krimpen een ideale seizoensaftrap. Een krap uur in het rood gaan is een mooie test voor de huidige vorm en de kleine dingen die in een wedstrijd zo belangrijk kunnen zijn, zoals de wissels en de tactiek.
Foto's: Bernard de Jong

Tegen mijn gewoonte in neem ik weinig tijd voor het inzwemmen. Door een niet zo strakke planning (het parc fermé wemelt van de triatleten die mee geweest zijn op stage; goed om even bij te praten) heb ik net voldoende tijd voor 50 meter inzwemmen in het 14 graden koude water. Daarna is het snel de kant op, opstellen achter de startlijn en wachten op het startschot.

Dat valt om exact 10 uur. Ik ben goed weg en nestel me in de voeten van Richard de Groot. Gelukkig heb ik deze keer, met dit koude water en de tumultueuze start, geen hyperventilatie-aanval. Dat kan ik niet gebruiken in de 500 meter korte zwembeurt. Het niet-inzwemmen bevalt me slecht. Ik kom pas aan het eind van het zwemmen in m'n ritme en zie een man of vijf een aardig stuk voor me uit het water komen. Marco van der Stel slaat al direct een gat; het verschil met de anderen is goed te overbruggen. Na een erg goede wissel, al zeg ik het zelf, spring op de Dean. De Fast Forwards maken een heerlijk geluid en ik kan meteen gas geven. Het groepje achter Van der Stel komt steeds dichterbij. Na het keerpunt stamp ik vol op de pedalen om weer op snelheid te komen. Zo hard dat ik m'n achterwiel scheef trap. Dat is een dure fout: ik moet afstappen, het wiel opnieuw richten en kan daarna pas weer in de achtervolging. De prijs: 40 seconden.

Richard de Groot en Marcel Bezemer komen me voorbij en vormen het nieuwe mikpunt. De benen blijven goed. Ik rijd het gaatje dicht en ga op zoek naar het groepje achter Marco van der Stel. Hij ligt inmiddels ruim aan de leiding en lijkt niet meer te achterhalen. Na 15km komt Wardie van Wouw langszij. Hij rijdt superstrak en dicht het gat naar de nummers 2 en 3. Als derde kom ik van de fiets, op krap twee minuten van Van der Stel en met een paar kuiten die tegen de kramp aanzitten van het harde fietsen. De eerste kilometer voelt daardoor niet echt prettig, maar ik blijk voldoende hard te lopen om Van Wouw en Léon Jacobse, die samen met mij wisselde, op achterstand te lopen. Na 2,5 km blijk ik zelfs 40 seconden te zijn ingelopen op Van der Stel. De tweede ronde knabbel ik nog eens 20 seconden van de achterstand af om op een dikke minuut van Van der Stel als tweede te finishen. Daar ben ik meer dan tevreden mee. Volgende week op naar Heerenveen voor het NK Masters op de OD.

Uitslag 1/8 triathlon Krimpen aan den IJssel - 19 mei 2012
1. Marco van der Stel 54:58
2. Bert Flier 56:09
3. Wardie van Wouw 56:59
4. Léon Jacobse 57:25
5. Richard de Groot 57:36






zondag 21 augustus 2011

Vijfde in Veenendaal

Zaterdag 20 augustus stond ik, voor het eerst sinds 4 jaar, weer aan de start in Veenendaal. In triathlonland is deze wedstrijd een klassieker: in de wandelgangen wordt deze goed geregisseerde wedstrijd het NK niet-stayeren genoemd. Dit jaar werd in Veenendaal het NK Masters georganiseerd, wat als generale repetitie dient voor het NK Olympic Distance (met stayeren) in 2012.

Het startveld op de OD overall (de veteranen hadden een aparte startserie, en zij werden ook in de overall-uitslag opgenomen) is niet misselijk: NK offroad en meervoudig vice-NK Edo van der Meer, Cesar Beilo, NK hele triathlon Dirk Wijnalda, Erik Wolsing, de up-and-coming Diederik Scheltinga en triathlonreus Rick Nijhoving (bij wie zelfs ik me klein voel).

Het zwemparcours in Veenendaal ligt mij niet zo: het rondje van 500 meter heeft drie boeien. Ik houd niet van boeien, omdat ze me uit m'n ritme halen.

Na een rondje inzwemmen stel ik me rechts aan de start op. Je kan daar staan en een loopstart maken. Dat doet de concurrentie die deze wedstrijd ook goed kent, fantastisch. Vooral Erik Wolsing maakt een vliegende start en ik ben hem direct kwijt. Edo van der Meer start gewoon in het midden, zet zijn torpedo's aan en is binnen de kortste keren los van het veld. Mijn start is niet goed, en na de eerste boei zie ik 'mijn' groepje, met daarin Diederik Scheltinga en Cesar Beilo, op tien meter voor me. Ik heb niet de kracht om dat gat dicht te zwemmen. Aan het eind van het eerste rondje heb ik het lactaat van de start kunnen verwerken en schuif ik een groepje op. Dat voelt lekker, maar feit blijft dat ik de aansluiting met de mannen waar ik normaal gesproken bij zit, heb gemist.

Goed wisselen en hard starten op het fietsen dan maar. Als vijftiende, op 2.20 van Edo, kom ik uit het water. M'n wissel is redelijk, maar had tien seconden sneller gekund. M'n start met het fietsen is veelbelovend. Ik maak kostbare meters goed op een groepje met onder andere Rick Nijhoving dat een paar honderd meter voor mij uit rijdt. M'n hartslag zit tegen de max, en ik forceer de eerste twee kilometers. Als je goed bent, dan kan je dat en herstel je daarvan als je de aansluiting hebt gemaakt.

Als je niet goed genoeg bent, dan blaas je je op en wordt uiteindelijk het gat groter in plaats van kleiner. Tot mijn leedwezen moet ik bekennen dat ik vandaag niet goed genoeg ben. M'n fietsbenen van vorig jaar (die ik onbewust als referentie heb genomen in dit seizoen: niet doen!!) heb ik ook vandaag niet. Mijn initiele toenaderingspoging tot Nijhoving cum suis strandt na exact drie minuten. Typisch een geval van 'de geest is gewillig, maar het vlees is zwak'.

Daardoor heb ik een eerste ronde die niet alleen fysiek, maar ook mentaal zwaar is. Ik wil hard fietsen, maar ik kan het niet. Terwijl ik wel weet dat, ergens in de catacomben van m'n spieren, de macht er is. Alleen kom ik er maar niet bij dit jaar. Ergens in de tweede ronde komt Martijn Paalman me voorbij. Hij rijdt net iets harder van ik, en ik kan me aan hem optrekken op de reglementaire 10 meter van zijn achterwiel. Bij elk keerpunt zie ik dat de kop van de wedstrijd verder van me wegfietst. En niet zo zuinig ook. Edo rijdt snoeihard, en het duo Beilo/Scheltinga ramt volle bak achter de eenzame leider aan. Ik lig buiten de top-tien, en de geambieerde podiumplaats lijk ik nu al op m'n buik te kunnen schrijven. Mits er grote wonderen geschieden.

Edo van der Meer op kruissnelheid

Halverwege het fietsen komen Dirk Wijnalda en Cees Colijn aandenderen. Ik voel me inmiddels een beetje beter. Wanneer Dirk voorbij komt, probeer ik te volgen. Dat gaat precies 645 meter, maar dan komt Cees eroverheen op een snelheid die ik niet produceren. Langzaam maar zeker rijden ook zij van mij en Martijn Paalman weg. Qua fietsen zit ik vandaag in de hoek waar de klappen vallen. Ik heb het te accepteren.

Wonder boven wonder vind ik in de laatste fietsronde ergens een extra voorraadje energie, waardoor ik de schade van de laatste fietskilometers wat kan beperken. Als dertiende stap ik van de fiets, op ruim 5 (!!) minuten achterstand op Edo van der Meer. Hij heeft, in z'n eentje, zijn voorsprong van het zwemmen verdedigd op de als een brommer fietsende Cesar Beilo. Diederik Scheltinga komt samen met Cesar van de fiets en doet het vandaag dus ook fantastisch. Het podium is buiten mijn bereik, maar binnen schootsafstand loopt een hele rits atleten die ik met een goed looponderdeel zou moeten kunnen terughalen.

Als dertiende trek ik mijn loopschoenen aan. Al in de eerste honderd meter merk ik dat ik vandaag loop als een zonnetje. My time to shine. 't Is erg prettig om het gevoel van aangeschoten wild, dat ik had op het fietsen, te kunnen inwisselen voor het gevoel van jager te zijn. Al vanaf mijn allereerste kwart heb ik hard kunnen lopen, ook al kom ik helemaal kapot van de fiets. Het gevoel van bovenbenen die over je knieschijven zakken aan het begin van het lopen heb ik nooit gekend. Dat is een talent dat de Schepper mij heeft gegeven. De eerste drie kilometer start ik enthousiast, en stoom op naar plaats zes.

Voor me uit loopt Rick Nijhoving. Hij heeft startnummer vijf en loopt ook op precies die plek. Mijn zelfgetime verschil tijdens het laatste fietskeerpunt op hem was 1.20. Na krap twaalf minuten lopen is dat gat op honderd meter na gedicht.

Dat laatste gaatje kost me net zoveel moeite als de eerste minuut: blijkbaar ben ik toch wat te hard gestart. Krap twee kilometer later heb ik Rick dan toch te pakken, en ik moet het een stapje rustiger doen. Anders is het lopen niet meer lekker;) Meer dan plek vijf zit er niet in, zie ik bij het keerpunt op twee kilometer van de finish. Dirk Wijnalda loopt een krappe minuut voor me, en ook hij stapt stevig door.

Wanneer na de finish de balans wordt opgemaakt, blijk ik, met de snelste looptijd van de dag, als vijfde overall (inclusief de NK Masters-serie) te zijn geeindigd.


Volgend jaar hoop ik trouwens ook toe te treden tot de Masters. Ik kan het me nauwelijks voorstellen, want het lijkt nog maar pas geleden dat ik in Veenendaal (Anno Domini 1991?!) deelnam aan m'n eerste NK triathlon. Dat was in Veenendaal, en ik was toen junior. Time flies.

Uitslag OD triathlon Veenendaal, zaterdag 20 augustus


1. Edo van der Meer 1:48:55
2. Diederik Scheltinga 1:51:04
3. Cesar Beilo 1:53:04
4. Dirk Wijnalda 1:54:05
5. Bert Flier 1:54:37
6. Rob Barel (1e Master) 1:55:13
7. Rick Nijhoving 1:55:31
8. Cees Colijn 1:55:50
9. Frans van Heteren (2e Master) 1:56:00
10. Terrence Olaria 1:57:08

zondag 7 augustus 2011

Kou in Allgau

De woensdag voor de wedstrijd krijg ik een smsje van Arnoud van Garderen vanuit Allgau: ‘Neem warme kleren mee. Het is momenteel 12C en het regent. De weersvoorspellingen beloven niet veel verbetering’.

Onder het motto ‘beter mee verlegen dan om verlegen’ pak ik een extra fleecejack, een allweather Goretex jasje en een fietsshirt met lange mouwen in. In 2009 was het in Allgau ook slecht weer. Ik herinner me vooral de eerste fietsronde van toen nog: klappertanden van de kou en uitkijken naar de stukken bergop om weer warm te worden. Om vervolgens in de tweede helft van de wedstrijd de zon te zien doorkomen en het met het lopen alsnog warm te krijgen.

In de locale kranten wordt mijn naam genoemd als mogelijke kanshebber: vorig jaar won ik hier. De andere favoriet is Stefan Schmidt, winnaar van die koude editie in 2009. De dag voor de wedstrijd voel ik me echter allesbehalve sterk. Mijn temperatuur gaat op en neer en ik voel verre van fit. De twijfel slaat toe, en ik overweeg serieus om niet te starten. Nadat ik ‘s middags een paar uur op bed heb gelegen en heb gebeden om een goede beslissing te kunnen maken, voel ik dat mijn lichaam zich behoorlijk heeft hersteld. Fysiek gezien kan ik morgen starten, en ik laat het aan God over hoe de wedstrijd zal gaan. De omstandigheden beloven extreem te worden. Ik houd van extreme omstandigheden. Bovendien heb ik met deze wedstrijd een speciale band en voel ik me in Allgau altijd erg op m’n gemak.

Na een belachelijk vroeg ontwaken (de start is om 8 uur, wat betekent dat de wekker om 5.15 staat) open ik de gordijnen. Vaalgrijze, dreigende wolken hangen in het dal. Ze zijn zwanger van de regen, maar die valt nog niet.

Het parc fermée, gelegen in een weiland, sopt van de nattigheid. Dikke klonten modder liggen her en der op het natte gras. Triatleten doen wat ze moeten doen. Sommigen kunnen deze omstandigheden wel waarderen, maar ik zie ook veel maandagochtend-gezichten. We kunnen ons in voorbereidingen op wedstrijden vaak de mooiste omstandigheden inbeelden op de wedstrijddag. Als dat niet zo blijkt te zijn, is het goed om de condities, zowel die van het weer als je eigen conditie, te kunnen accepteren en daar op een positieve manier mee om te gaan.

My blessing of the day is dat ik me bij het wakker worden en later, tijdens de warming-up, een stuk beter voel dan vrijdag. Laat het maar gebeuren vandaag! Als een van de eersten van de 650 deelnemers spring ik in het 16C koude water van de Alpsee. De armen voelen goed aan, en ik nestel me in het midden van het startveld op de eerste rij.

Na het startschot ben ik direct los van het veld en zit gelijk in m’n slag. Twee man zwemmen van me weg. Op mijn beurt sla ik een gaatje op een achtervolgend groepje. Ik krijg het idee dat het is gaan regenen, maar zeker ben ik niet. Na het tweede keerpunt sluit iemand bij mij aan, Ik kan ontspannen blijven zwemmen en kom als derde, op iets van 2,5 minuut achter de snelste zwemmers, uit het water. Daar ben ik blij mee.

Mijn vermoeden dat het is gaan regenen klopt. Helaas. De regen komt met bakken uit de loodgrijze hemel. In de wissel trek ik een wielershirt over m’n triathlonpakje. In 2009 deed ik dat niet en keek ik de concurrentie die zich wel die luxe hadden gepermitteerd bijna uit hun kleren. In dat soort omstandigheden kan je een moord doen voor een goed, warm jackje.

Als derde rijd ik, na drie kilometer fietsen, de irritant steile Kalvarienberg in Immenstadt op. Vlak achter me zit Stefan Schmidt. Die heeft ook goed gezwommen. Vijf minuten later haalt hij me net voor een bocht in. Ik besluit mijn eigen tempo te rijden en zie hem meter voor meter van me wegrijden. Mijn wattages zijn goed, en ik vertrouw op mijn inschattingsvermogen om de tweede ronde van dit loodzware fietsparcours ook goed te kunnen rijden. Een paar kilometer verder komt een groepje van drie man langszij. Ik kan even mee, maar merk dat ik steeds meer moeite krijg om m’n wattages hoog te houden.

De oorzaak: ik krijg het koud. M’n hartslag krijg ik steeds moeilijker omhoog. Na een kilometer of vijftien begin ik te klappertanden van de kou. Ik hoop en bid op verbetering – van m’n kerntemperatuur, en als het even kan van het weer. Op het 30-km punt zie ik dat Stefan Schmidt inmiddels naar de leiding is gereden. Ik zit op vijf minuten. Dat is al veel, maar niet onoverkomelijk. Mits ik me beter ga voelen.

Per kilometer lijk ik het aan graadje kouder te krijgen. In de afdalingen heb ik moeite m’n fiets onder controle te houden: ik ril van top tot teen en heb moeite om de bochten in te schatten. Negatieve gedachten die dreigen op te wellen, ban ik direct uit. Iedereen heeft het koud, en de omstandigheden zijn voor iedereen hetzelfde. Ik rijd m'n eigen race, en accepteer dat ik zo nu en dan wordt ingehaald.

Bij de tweede doorkomst op de Kalvarienberg, halverwege het fietsen, lig ik op elfde plaats. Daar had ik niet op gerekend, maar met een strakke tweede ronde en een sterk looponderdeel kan ik nog steeds top-vijf finishen. Helaas blijft het klappertanden aanhouden. M’n hartslag krijg ik in de beklimmingen niet hoger dan 140 – terwijl ik 160 aankan. Het contrast met vorig jaar is enorm: toen had ik een perfecte dag, met benen die konden blijven gaan. Vandaag beleef ik een totaal andere wedstrijd. Dit is pure survival, besef ik me.

Ik blijf onderkoeld, maar het wordt gelukkig ook niet erger. Rillend en klappertandend tel ik de kilometers af, hopend op betere tijden. Ik kijk uit naar het lopen en vertrouw dat ik daar veel plaatsen kan goedmaken. Dat is mijn beste onderdeel en ik zou nog energie over moeten hebben omdat ik met het fietsen niet diep heb kunnen gaan. In de tweede ronde blijf ik ingehaald worden, en het gat met de kop is inmiddels onoverbrugbaar groot. Een top-tien zit er nog wel steeds in. De wens is de vader van de gedachte.

Rond de twintigste plaats kom ik van de fiets. Na een behoorlijke wissel druk ik bij de uitgang van het parc fermée m’n Garmin-met-GPS in. Ik probeer gas te geven.

Dat lukt dus niet. Meer dan een kort, driftig dribbelpasje krijg ik er niet uitgeperst. De snelheid op m’n Garmin: 12.7 km/uur. M’n hartslag is dertig slagen lager dan normaal. M’n eerste kilometer gaat in 4.40. Normaal is dat rond de 3.30. Gefrustreerd loop ik door Immenstadt-centrum. Ik besef me dat ik me verder geen illusies meer hoef te maken qua topposities: vandaag heb ik me in m’n onderkoelde lot te schikken.

In de tweede helft van de eerste loopronde loop ik kilometers lang met een brok in m’n keel. Van emotie. Dat ik niet ben uitgestapt, en in het besef dat ik ga finishen. Deze dag ben ik dieper gegaan en ben ik zwaarder op de proef gesteld dan vorig jaar. Eens te meer besef ik me dat positie en eindtijd weinig zeggen over je mentale weerbaarheid.

In de tweede helft van het lopen kan ik wel iets versnellen omdat ik eindelijk weer een beetje op temperatuur kom, maar veel doet dat er niet toe. Wat me het meest motiveert, is dat ik daardoor iets sneller onder een warme douche kan. In de stromende regen, als twintigste, op ruim een half uur van winnaar Stefan Schmidt die weather-proof is gebleken, kom ik binnen.

Vorig jaar was Allgau een walk in the park. The perfect day. Dit jaar is Allgau een echte beproeving gebleken. Als je mij vraagt of ik beter niet had kunnen starten, of er verstandiger aan had gedaan om uit te stappen, dan is mijn antwoord: nee. Want van dit soort dagen leer je meer dan van die perfect days.

Uitslag Allgau Classic – 23 juli 2011

1. Stefan Schmidt 4:05:25

2. Matthias Buxhofer 4:15:09

3. Reto Stutz 4:17:21

20. Bert Flier 4:36:14

maandag 11 juli 2011

Deadliest catch: NK offroad triathlon Kijkduin

Offroad triathlon is zó mooi. En zó moeilijk. Het heeft me jaren gekost om de Beach Challenge te temmen. Dit jaar ga ik weer de strijd met de Haagse dame aan, op jacht naar hopelijk een derde NK titel offroad.

Foto's: Herman Vrijhof

De Beach Challenge wordt precies één week na het NK halve triathlon in Didam georganiseerd: 1,5 km zwemmen in zee, 28 km mountainbiken over het strand en de Puinduinen, en 10 km lopen door de duinen en het strand. De week tussen Didam en de Beach Challenge heb ik alle zeilen bij moeten zetten om te herstellen. Het NK halve triathlon blijkt hard te zijn aangekomen, en zelfs op de zaterdagochtend van de wedstrijd voel ik de restanten nog in de benen zitten. Als triatleet ben ik gewend om te gaan met dit soort benen, maar liever had ik nog een extra week hersteltijd gehad. Ik begin oud te worden;)

Als warming-up verken ik het eerste gedeelte van het fietsparcours en de Puinduinen. Het aanloopstuk is veranderd, en dat wil ik goed in m'n hoofd hebben. Samen met Paul Embrechts, die startnummer twee heeft, rijd ik over het strand en door de Puinduinen. Technisch voel ik me lekker, en over de benen mag ik ook niet klagen. All is well.

Totdat ik, bij het uitgaan van de Puinduinen op een stukje bergop een stuurfoutje maak en in het prikkeldraad beland. (Saillant detail: wanneer ik terugreken, moet dat op bijna hetzelfde tijdstip zijn gebeurd als de prikkeldraad-val van Johnny Hogerland). Met geen mogelijkheid kom ik meer overeind. Met Pauls hulp word ik uiteindelijk uit mijn benarde positie bevrijd. De schade valt mee: een paar oppervlakkige schrammen op mijn linkerarm en -bovenbeen, da's alles.

Terug bij het parc fermée monster ik de concurrentie. Die is vandaag meer dan stevig. Naast de gekende offroadspecialisten Rob Barel, Rorik Schouten en Hendrik Venema, zijn er de belgen Paul Embrechts en Tim van Daele. En er zijn drie snelle jonge triatleten naar Kijkduin gekomen voor de titel: Edo van der Meer (een week geleden tweede op het NK halve triathlon), Martijn Dekker (tweevoudig NK sprinttriathlon) en Tim Dullaart (2e WK offroad triathlon <23).

Ruim op tijd meld ik me bij de zwemstart, die een kilometer van het parc fermée is verwijderd. Ik duik de woelige Noordzee in en speur de horizon af naar de eerste boei. Die ligt niet op z'n plek. De golven zijn hoog en de branding is breed. Ik vind het fantastisch en geniet met volle teugen van het natuurgeweld. Alsof je live in een scene van Deadliest Catch zit, zo gaat de zee tekeer.

Wanneer ik terug door de branding richting strand zwem, merk ik dat ik 100 meter ben afgedreven... in de tegenovergestelde richting van het zwemparcours. Bij het startvak voert de wedstrijdleiding druk overleg met de jury. De stroming staat precies andersom dan gebruikelijk en is zo sterk dat je er nauwelijks tegenin kunt zwemmen. Er wordt ter plekke een alternatief zwemparcours bedacht: voor het parc fermée starten, een ronde van een meter of zeshonderd zwemmen, teruglopen over het strand, dan weer een ronde zwemmen, teruglopen over het strand naar het parc fermée en vervolgens op de mountainbike. Dit is geen triathlon meer, maar een swim-run-swim-run-mountainbike-run.

Prachtig vind ik het dat God de natuur zo bestuurt dat het vantevoren zo nauwkeurig uitgestippelde wedstrijdscenario met één onverwachte wending niet van toepassing verklaart. Ik houd van een wilde zee, en het lange lopen over het strand is ook mijn voordeel.


Met het complete startveld wandelen we de kilometer terug over het strand, naar het parc fermée. Direct na de start neemt het trio Edo, Martijn en Tim de leiding bij het zwemmen. Mijn start is wat minder, en ik heb moeite me te oriënteren. De boei waarop ik zwem, blijkt de tweede boei te zijn. Wanneer ik dat doorheb, ben ik al de eerste boei gepasseerd. Ik probeer nog terug te zwemmen, maar dat is vanwege de sterke stroming een kansloze missie. Om me heen liggen meer triatleten die de eerste boei gemist hebben. Ik besluit dan maar in te haken bij de zwemmers die richting tweede boei zwemmen, maar eigenlijk weet ik dat mijn wedstrijd erop zou moeten zitten: een boei missen is normaal gesproken diskwalificatie. Deadliest Catch scene 2.

Rond de 10e plaats kom ik aan het eind van de eerste ronde het strand op, een minuut achter Edo, Martijn en Tim, en net achter Rob Barel. Veel winst of verlies heeft mijn foutzwemactie me dus niet opgeleverd. Op het strand kan ik een paar plaatsen winnen, en net achter Rob worstel ik me door de branding voor de tweede ronde. Nu haal ik de eerste boei wel, en kom uiteindelijk niet ver achter Erik Wolsing, als zesde, uit het water. Op het loopstuk haal ik Erik bij. Rob zit een seconde of tien voor ons. Twee minuten voor ons zit de kop van de wedstrijd. Dat is een heel mooie uitgangspositie - maar de gemiste boei blijft door m'n hoofd spoken.

Mijn wissel is strak, en gelijk met Erik en Rob (die zijn helm vergeet op te zetten en even terug moet) zit ik op de fiets. Om de Haagse dame nog wat moeilijker te veroveren te maken, bestaat de aanlooproute dit jaar uit een kasseienstrook bergop naar de boulevard gevolgd door een afdaling over een strandtrap, een stuk strand, weer een kasseienstrook omhoog naar de boulevard en weer een strandtrap naar beneden. Dat eerste stuk kom ik zonder kleerscheuren door. Sterker nog: als enige van ons drietal kom ik fietsend door het mulle zand.

Het stuk strand richting kustlijn wordt door Barel scherp aangesneden. Ik kies een andere lijn, en dat komt me op een kleine achterstand te staan. Erik Wolsing moet ook een gaatje op Rob dichtrijden, die vol gas geeft op dit zware stuk tegenwind. Ik voel dat dit een sleutelmoment is en ga vol in het rood om de aansluiting te maken bij Erik en Rob.

Ternauwernood kan ik terugkomen. Vandaag fiets ik eens een keer met hartslagmeter. Die geeft 169 aan. Mijn omslagpunt is 152. Ik rijd dus harder dan ik kan. Ik sla een paar kopbeurten over om op adem te komen, en doe dan mijn plicht aan kop van het groepje. Een paar honderd meter later, wanneer ik in het wiel van Erik zit, verlies ik even mijn concentratie, rijd tegen zijn achterwiel aan, en val. Ik zit weer snel op de fiets, maar het gat is dan al 100 meter. Net was ik al in het rood gegaan, en de tweede keer aansluiten lukt me gewoonweg niet. Domme, onnodige, eigen fout. En een dure. Op kop rijden Edo, Martijn en Tim met z'n drieën, daarachter Rob en Erik met z'n tweeën, en ik zit daar in m'n eentje achter. Met windkracht 5 tegen. Achter me gaapt een groot gat. Deadliest Catch scene 3.


Bij het keerpunt zie ik dat Paul Embrechts en Rorik Schouten vlak achter me zitten. Voor de wind kan ik wat herstellen en probeer ik wat energie op te doen om ze in de Puinduinen op te vangen. Door weer een stuurfout is Paul me al aan het begin van de Puinduinen voorbij. Hij rijdt snoeihard, en wat ik ook doe, ik kan 'm niet bijhouden. Rorik komt ook over me heen, en langzaam maar zeker zie ik ze van me wegrijden.

Dit is niet goed voor mijn moraal: de wil is er wel, maar ik heb vandaag niet de benen die ik normaal heb. Na de Puinduinen, op het stuk voordewind richting Kijkduin, zie ik Erik Wolsing voor me uit rijden. Die is er dus door Rob afgereden. Op het lange stuk tegenwind worstel ik in m'n eentje. Dertig, veertig seconden voor me rijdt Erik, ook alleen. Ik merk dat hij inhoudt, maar ik kan geen centimeter dichterbij komen. Sterker nog, wanneer ik achterom kijk, zie ik een groepje van drie aankomen. Precies bij het keerpunt, wanneer we weer meewind krijgen, strijkt het drietal Hendrik Venema, Tim van Daele en Michael Krijnen op me neer. Voor de wind kan ik nog mee, maar in de Puinduinen moet ik Hendrik en Tim laten rijden. Ik ben gewoon niet goed genoeg vandaag, zo simpel is het, en dan helpt het niet als je twee keer in je eentje alleen tegenwind rijdt. Jeroen van Dijke komt me ook voorbij. Het oogt zo fris als een hoentje.

Als tiende kom ik van de fiets, met vijf minuten achterstand op het podium. Ik besluit toch maar gas te geven en gewoon lekker te genieten van het lopen. Dan kan ik, na het missen van de eerste boei en het frustrerende mountainbikeonderdeel, toch nog positief afsluiten.

Tot mijn verbazing blijk ik goede loopbenen te hebben. Meestal loop ik in de Beach Challenge minder door de voorafgaande inspanningen, maar vandaag gaat het als een zonnetje. De eerste kilometers pak ik al een paar man terug, en aan het eind van de eerste ronde zie ik Tim van Daele voor me uit lopen. Die loopt op plaats zes: vier posities teruggewonnen. De tweede ronde blijf ik lekker lopen, en haal tot mijn eigen verbazing vlak voor de streep Rob Barel weer bij. Net achter Rob, als zesde en met de snelste looptijd van de dag, passeer ik de finish...

...om direct bij de jury aan te geven wat er met het zwemmen is gebeurd. De jury besluit uiteindelijk mij in de uitslag te laten staan, omdat een heel peloton de eerste boei gemist blijkt te hebben en ze geen voordeel zien in de alternatieve route die ik heb afgelegd.


Vandaag heb ik weer veel geleerd. Er had meer ingezeten, maar op de beslissende momenten was ik niet bij de les. De foto hierboven geeft precies aan hoe ik me na de finish voel. De Haagse dame heeft me dit jaar op de knieën gekregen.

Ten slotte: hulde aan Edo, die direct bij zijn debuut in Kijkduin wint.

Uitslag NK offroad Kijkduin, 9 juli 2011

1. Edo van der Meer 2:14:04
2. Martijn Dekker 2:15:27
3. Paul Embrechts (B) 2:16:36
4. Rorik Schouten 2:17:10
5. Rob Barel 2:18:49
5. Bert Flier 2:18:51