Welkom

Ik hoop dat je inspiratie vindt op mijn site!

Reacties of suggesties voor onderwerpen zijn welkom op mijn e-mailadres: bertflier72@gmail.com.

Veel plezier,

Bert Flier

donderdag 23 juni 2011

Ben ik er klaar voor?

Zaterdag 2 juli staat al bijna een jaar roodomlijnd in mijn agenda. Dan kan ik, voor het eerst in tien jaar, uitkomen op het NK halve triathlon. In Didam, een wedstrijd die mij ligt.

Hoe dichter ik bij een piekwedstrijd kom, hoe minutieuzer ik word. Zeker nu ik wat ouder word (fysiek dan, want geestelijk voel ik me nog steeds 12;) is het enorm belangrijk de goede arbeid-rustverhouding te vinden en de intensieve trainingen goed te doseren. Dat is deels wetenschap, maar vooral ook aanvoelen wat het lichaam op een bepaalde dag aankan.

De afgelopen weken heb ik regelmatig trainingen overgeslagen die ik vroeger absoluut gedaan wilde hebben. In plaats daarvan heb ik me laten masseren of ben gewoon lekker op bed gaan liggen.

Dat klinkt allemaal heel verstandig en wijs, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat de beslissing om te rusten in plaats van te trainen me toch moeilijk valt. Ik train graag, en, als het even kan, hard. En zet daarbij het liefst imponerende tijden op de klok of wattages op de teller. Op zoek naar bevestiging, naar het bewijs dat de vorm er is.

Het punt is dat, hoe goed je tijden ook zijn in training, ze geen garantie vormen voor een goede wedstrijd. Bovendien kan een training altijd beter. Rijd je de ene week wattageblokken van 300 Watt, dan rijd ik ze de volgende week het liefst in 310 Watt. En de week daarna weer wat meer natuurlijk.

Rupsjenooitgenoeg, op zoek naar controle en garantie op succes. Als sporter ben je altijd op zoek naar de grens, en wil je die grens zo ver mogelijk opschuiven. Dat is de gezonde ambitie van iemand die het maximale uit zijn mogelijkheden wilt halen. Maar de valkuil van die ambitie is ook levensgroot: dat je altijd meer meer wilt en niet het niveau accepteert dat bij jou past, op dit moment en onder je huidige omstandigheden.

Ik heb dat in de loop van de tijd mogen leren. Omdat mijn ambitieniveau voor Didam hoog is (winnen) heb ik al maanden geleden als doel gesteld om op 2 juli onder de 26 minuten op de 2km te kunnen zwemmen, 41 gemiddeld te kunnen fietsen op de 80km, en daarna onder de 1 uur 10 te kunnen lopen op de 20km. Ik denk dat dat nodig is om kans te maken op de titel: ik zal na het zwemmen in de achtervolging moeten en bereid zijn om, na een inhaalrace met het fietsen en lopen, nog een keiharde finale te doen.

Tot zover de getallen. Die zijn, op de dag van de wedstrijd, totaal niet relevant - hoogstens in de nabeschouwingen. In deze voorbereiding ben ik, meer dan ooit, bezig om geest en lichaam op één lijn te krijgen. Mezelf te voeden met geestelijke beelden die me bevestigen in mijn mogelijkheden. De fysieke trainingen probeer ik zo te balanceren zodat ik alle nuttige trainingen heb gedaan, zo min mogelijk junk miles maak, en de laatste week zo inricht zodat ik uitgerust en fit aan de start sta.

Tijdens de wedstrijd komt het aan op de uitvoering. De simpele dingen goed doen. Geloof en vertrouwen blijven houden, ook al loopt het niet zoals je zelf graag wilt. Problemen oplossen, creatief zijn en het mentale schaakspel met de concurrentie. En positief blijven, wat er ook gebeurt.

Ik hoop op een wedstrijd waarbij het uiteindelijk aankomt op een mentale en geestelijke test. Dat proces, die uitdaging, dat is wat wedstrijden mooi maakt. Omdat je jezelf daarin zo goed leert kennen, en mensen treft die het beste uit jezelf halen.

Wat ik het mooist vind: mijn intentie om te racen is om het beste uit mijn mogelijkheden te halen. Om Hem te eren die mij in deze positie heeft gezet. Ik heb vertrouwen dat Hij mij zegent. Het bijzonderst daaraan is dat Hij dat doet op Zijn manier. Hij rekent niet in termen van eerste plaatsen. Hij is wijs. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten (Jesaja 55:9).

Dat betekent dat God geeft wat goed voor mij is. Dat is niet altijd wat ik voor mezelf zou bedenken, maar Zijn manier is veel mooier dan wat ik zelf ooit zou kunnen bedenken. Daarom ben ik heel benieuwd wat de komende periode me gaat brengen.

dinsdag 14 juni 2011

Woerden: Don Quichot racing

Ook al is dit mijn 22e wedstrijdseizoen: elke wedstrijd leer je weer bij. De les van Woerden is dat ik inmiddels zover ben dat ik oprecht kan genieten van de manier waarop ik mijn wedstrijden doe. Vol overgave, en daardoor soms (vaak) ook met onhandige acties. Zo is mijn persoonlijkheid nu eenmaal. Ik heb mezelf daar in het verleden vaak hard op afgerekend. Of mezelf gefrustreerd. Dat probeer ik dus niet meer te doen, want ik word daar niet blij van of een betere atleet door. Ik accepteer mijn fouten nu met een glimlach: zou ben ik nu eenmaal, en mede daardoor vind ik triathlon nog steeds zo'n leuke sport.

Door mijn onhandigheid ben ik heel goed geworden in het omgaan met moeilijke situaties die ik zelf veroorzaak. Oefening baart kunst, maar dat is nu eenmaal zoals ik in elkaar zit. De meester van het handelen vanuit je unieke persoonlijkheid in de literatuur is Don Quichot. Hij doet wat hij doet omdat hij weet wie hij is. Dat klinkt Cruyffiaans, maar er ligt een diepe wijsheid achter verscholen. Authenticiteit, je dromen najagen, vol overgave het leven leven, dat is wat Don Quichot ons leert. Wat ik me in Woerden ook sterk besef, is dat ik me in triathlons als een vis in het water voel. Het is mijn manier om mezelf uit te drukken, tot mezelf te komen, net zoals musici dat hebben met het spelen van muziek, en schilders wanneer zij hun innerlijke beelden op canvas zetten.

Een van de grootste lessen van Don Quichot is om jezelf niet af te rekenen op basis van de gevolgen van je acties. Dat is de dominante manier van denken en evalueren in onze maatschappij. Don Quichot is daar wars van: hij wil heel dicht bij zichzelf blijven in wat hijdoet. De gevolgen daarvan accepteert hij. In dit verband is het interessant op te merken dat Don Quichot een inspirerend voorbeeld is voor leiderschap. Iedereen die in dat thema is geïnteresseerd, verwijs ik naar de film die James March, briljant wetenschapper, maakte over de lessen van Don Quichot voor leiders: Passion and Discipline - Don Quixote's lessons for leadership. (Er zijn heel interessante parallelen te trekken tussen Don Quichot en de manier waarop Jezus zijn leven leefde, maar dat laat ik nu rusten. Het blijft ten slotte een wedstrijdblog.)

Woerden vind ik één van de leukste kwarttriathlons van Nederland. De wedstrijd is in het centrum, wat garant staat voor veel publiek en sfeer. De organisatie is strak, en deze wedstrijd is zo populair dat-ie binnen 24 uur(!) vol zit. De Woerdense stadsTV heeft een mooi sfeerverslag gemaakt van de wedstrijd.

Tegenstand kan ik verwachten van niet-stayerspecialist Erik-Simon Strijk, die me voor de start meldt in vorm te zijn, en Dirk Wijnalda, lange-afstandsspecialist die zaterdag al tweede werd in Huizen. Ik voel me ook goed en start met de intentie mijn startnummer 1 waar te maken.

Voor de start verken ik het parc fermé. Dit ligt dit jaar op een andere plaats dan voorheen. Altijd listig, dus ik neem de situatie goed in me op. Denk ik.

Voor de start positioneer ik me in het midden van het startveld, naast Erik-Simon. De supersnelle zwemmers ontbreken vandaag en dat vind ik eerlijk gezegd wel prettig: het zou zo maar kunnen dat ik al na het zwemmen in een controlerende positie kom. Na de start (met een origineel Middeleeuws kanon) ben ik meteen goed weg en zwem me na een paar honderd meter los van het veld. Links van me zie ik Erik-Simon liggen; iets daarvoor liggen twee anderen. Ik kruip in de voeten van Erik-Simon, die een strak tempo zwemt.

Wanneer we richting de zwemfinish zwemmen, kies ik een andere lijn dan de mannen voor me: ik heb mezelf, als een ware Don Quichot, ervan overtuigd dat ik de laatste boei links moet passeren. Dat zit als een rotsvaste overtuiging in mijn hoofd, maar is gebaseerd op geen enkel feit. Altijd zelf blijven denken en zelf de beslissingen nemen tijdens een wedstrijd.

Ik passeer de boei keurig links. Als enige, merk ik. Het water aan deze kant van de lijn is nogal ondiep, en de lijn dwingt me naar de kant. Foute boel. Een duiker roept dat ik onder de lijn doormoet om bij de zwemfinish te komen. Ik denk onder de lijn door te duiken, maar kom te snel boven en raak met mijn linkerarm verstrikt in de lijn. Als een dubbele paalsteek kronkelt het touw zich om mijn bovenarm. Tot mijn eigen verbazing bevrijd ik mezelf binnen een paar seconden op Houdini-achtige wijze, en kom op maar een seconde of tien achter Erik-Simon uit het water. Op de foto hieronder zie je dat de lijn in winkelhaakvorm is getrokken door mijn actie.


Met de snelste wisseltijd van de dag (ok, gelijk met de illustere Erik Smits) zit ik vlak achter Erik-Simon op de fiets, en gelijk met Barry Dooper. De eerste kilometer rijd ik met blote voeten op de fietsschoenen in een poging bij Erik-Simon te komen. Die heeft echter dezelfde tactiek. Het resultaat: ik kom geen meter dichterbij, en zit de hele tweede kilometer te klooien om in m'n fietsschoenen te komen. Barry doet dat handiger en neemt de kop.


Erik-Simon rijdt snoeihard, en ik zie hem langzaam wegrijden. Na vijf kilometer, bij het keerpunt van de eerste van vier fietsrondes, doe ik een poging alsnog het gat te dichten, of ten minste te consolideren. Tevergeefs. De wind staat vol tegen op de terugweg, en de macht ontbreekt. Ik wrik en sleur en trek en duw wat ik kan, maar het levert niks op. Sterker nog, Barry vindt het te langzaam gaan en komt weer langszij. Die jongen heeft echt een stap gemaakt dit jaar.

Ik respecteer de situatie en blijf op twintig meter achter Barry rijden. Erik-Simon blijft gestaag secondes pakken: na de eerste ronde is hij zo'n 20 seconden weggereden. Bij het tweede keerpunt, na 15 kilometer, zie ik dat Dirk Wijnalda in opkomst is. Hij rijdt een groot verzet en ziet eruit alsof hij plannen heeft. Plannen om naar voren te rijden. Na 20 kilometer is hij bij ons, en gaat op een stuk meewind erop en erover. Ik probeer mee te gaan, maar moet erkennen dat hij harder rijdt. Tegen de 50/uur gaat het hier, en hij rijdt gewoon van ons weg.

Na dertig kilometer is de situatie: op kop Erik-Simon, een minuut daarachter Dirk Wijnalda, en daar weer twintig seconden achter Barry en ik. Dat wordt dus volle bak lopen om nog kans te maken op de overwinning. De laatste ronde pakken Erik-Simon en Dirk er nog wat secondes bij. In volle vaart, supergeconcentreerd, dendert Barry, met mij op twintig meter, recht op de wisselzone af.

Denken we. Wanneer ik afrem en van m'n fiets afspring, kom ik erachter dat we de sluis naar het parc fermé gemist hebben. Ik zie maar één oplossing: de fiets over een hek tillen, zelf over het hek springen, om zo alsnog het parc fermé te bereiken. Barry volgt mijn voorbeeld. Na wederom een razendsnelle wissel ga ik vol in de achtervolging op Erik-Simon, die inmiddels 1:38 voorsprong heeft, en Dirk Wijnalda, die een krappe minuut voor me uitloopt. De eerste twee ronden lijk ik iets in te lopen, maar meer dan een handvol seconden is het niet. De laatste vijf kilometer laat ik de teugels iets vieren, want de derde plaats is en blijft de uitslag. Met een sub-34er op de tien kom ik over de finish...


...om direct daarna van de jury te vernemen dat ik gediskwalificeerd ben. Omdat ik, met mijn actie bij de tweede wissel, niet het officiële parcours gevolgd heb. En dat mag dus niet. Ik ben in een happy mood, omdat ik tevreden ben over de wedstrijd en met genoegen terugkijk op de zelfveroorzaakte problemen en hoe ik daarmee omgegaan ben. Het lijkt het me niet waard mijn goede humeur te laten verstoren door een diskwalificatie. Ik geef dus aan dat ik de diskwalificatie accepteer.

Barry Dooper, die na mij finisht, treft hetzelfde oordeel. Hij gaat er een stukje minder ontspannen mee om dan ik, en besluit protest aan te tekenen. Omdat ik solidair met hem wil zijn, en me inmiddels in alle eerlijkheid afvraag hoe ik dat situatie dan had moeten oplossen, en telefonisch overleg met mijn advocaat, waarvan ik slechts meld dat zijn achternaam eindigt op .oszkovicz, dien ik alsnog ook protest in. Na intensief beraad (het International Court of Justice mag een voorbeeld nemen aan de zorgvuldigheid waarmee de jury de protesten behandeld: er worden zelfs videobeelden teruggekeken en getuigen verhoord), worden uiteindelijk beide diskwalificaties teruggedraaid.

Eind goed, al goed.


Uitslag kwart triathlon Woerden, 13 juni 2011
1. Erik-Simon Strijk 1:45:01
2. Dirk Wijnalda 1:46:02
3. Bert Flier 1:46:54
4. Barry Dooper 1:48:47
5. Jeroen van Dijke 1:52:53

donderdag 2 juni 2011

Over winnen & Westervoort

In de aanloop naar de halve triathlon van Westervoort werd op Twitter druk gespeculeerd wie deze wedstrijd zou gaan winnen. Mijn naam werd ook genoemd. Ik heb daarop gereageerd met deze tweet:

Leuk, die tweets over wie Westervoort gaat winnen. Maar is dat wel zo interessant? Sport is veel meer dan wie als 1e finisht. Gelukkig maar!

De reacties waren niet van de lucht. Zoals dat zo vaak gaat met gedachtes die je in 140 karakters moet proppen, hebben mensen hier hun eigen interpretatie aan gegeven. Dat is prima.

Dit waren mijn gedachters achter de tweet:
1. Een wedstrijd draait om meer dan alleen de winnaar. Als je een wedstrijd versmalt tot wie er wint, dan zie je 99% van de deelnemers over het hoofd.

2. Een wedstrijd houdt competitie in. Winst en verlies zijn termen die daarbij horen. Voor de duidelijkheid: als ik ergens start, dan start ik om te winnen. Om het beste van mezelf te laten zien. En wil ik graag getest worden door het parcours en door de tegenstand. Ik reken mezelf echter niet af op plaats of eindtijd, maar kijk naar de manier waarop ik de wedstrijd heb gedaan. Een eerste plaats in een wedstrijd zonder concurrentie, vol van fouten en zonder inspiratie, dat zegt niet zoveel. Een top-tien in een sterke wedstrijd waarbij je het maximale uit je mogelijkheden hebt gehaald, dat zegt veel meer.

3. Sport wordt vaak als iets absoluuts gezien. Tijden en podiumplaatsen, daar gaat het om in de topsport. Het mooie van triathlon is dat amateurs en profs in dezelfde wedstrijd tegen elkaar uitkomen. En dat ieder zijn eigen reden mag hebben om een triathlon te doen. Ik laat me graag inspireren door atleten die door te sporten een hoger doel willen dienen, die niet alleen sporten voor zichzelf. Ken je het verhaal van de Hoyd family?
Mijn hoogste doel in de sport is: God eren. Hij heeft mij gemaakt en mij mijn talenten gegeven. Triathlon vind ik een geweldige sport. Dat is mijn passie. Ik voel me bevoorrecht dat ik in de positie ben om me daarin te mogen uiten. Wat ik hoop is dat ik anderen mag inspireren wanneer ik sport. Op welke manier dan ook.

4. Winst = succes. Zo zijn we geneigd te denken. Een betere definitie is dat winst = jouw talent optimaal benutten. Niet iedereen heeft het fysieke of mentale talent om wedstrijden te kunnen winnen, om directeur te kunnen worden, om president te kunnen worden. Als we succes definiëren als de plaats in de wedstrijd of, in een bredere context, de plaats die wij op de maatschappelijke ladder innemen, dan zou succes maar voor weinigen weggelegd zijn. Maar zo is het niet. Succesvol ben je niet als je het beter doet dan een ander. Succesvol ben je als je respectvol en vol inzet omgaat met de jouw toebedeelde talenten en gaven en daar het maximale uithaalt (Mattheüs 25:14-30). Interessante quote in dit verband van Jan Siebelink uit Pijn en genot, zijn boek over de wielerwereld: "Misschien is het zo dat noch de sterkste noch de slimste overwinnaar wordt, maar degene die boven zijn eigen natuur uitstijgt".

5. In het verlengde hiervan: we zijn geneigd te denken dat winnaars betere mensen zijn. Mensen om tegenop te kijken. Je kan makkelijk jaloers worden op de prestaties van anderen. Dat is gevaarlijk. Ten eerste voor de winnaars zelf. Als we winnaars als goden zien, dan manoevreren we hen naar een positie vanwaar het makkelijk vallen is, en wekken we als fans of maatschappij 'sterrengedrag' op. Om ze vervolgens neer te sabelen als ze toch hun menselijke trekken en tekortkomingen blijken te hebben. Denk aan Tiger Woods.
Ten tweede voor onszelf. Je maakt jezelf enorm kwetsbaar als je je identiteit en eigenwaarde baseert op je prestaties, op je maatschappelijke positie. Om gezonde zelfwaardering en zelfrespect te kweken is het verstandig je niet te spiegelen aan anderen. Richt je op jouw talenten en mogelijkheden, en leer jezelf accepteren zoals je bent. Dan kan je genieten van je eigen prestaties en je laten inspireren door wat anderen bereiken en hen dat ook gunnen.

Dan is geluk heel gewoon. Zijn wie je bent. En dan is je plaats op de uitslag van de triathlon van Westervoort niet zo spannend.

Dan naar het wedstrijdverslag van Westervoort. Deze wedstrijd wil ik doen om te zien waar ik sta op de halve. Mijn hoofddoelen dit seizoen zijn, op 2 juli, het NK halve triathlon in Didam en, een week later, het NK offroad in Kijkduin. Een halve triathlon past perfect in de voorbereiding daarop.

Westervoort is een jonge wedstrijd, georganiseerd door Sports Planet. Zwemmen in het zwembad van Sports Planet, de wisselzone in de sportzaal, 8 rondjes van 10 kilometer fietsen en 4 rondjes van 5 kilometer lopen. Publieksvriendelijk dus.

En compact. Zo ook het startveld: de uitslagenlijst telde 32 deelnemers. Tegenstand kon ik verwachten van Eddy Lamers, de winnaar van vorig jaar en goed voor brons op een NK halve triathlon, en Marcel Gierman, die hier een thuiswedstrijd draait.

Ik lig in de baan met Eddy Lamers. Marcel Gierman ligt in de baan naast ons. Eddy is de betere zwemmer en zwemt in een strak tempo de 2km. Ik lig dankbaar in zijn voeten. De tussentijden heb ik niet geklokt, maar als er twee seconden verschil zit tussen de langzaamste en snelste 100m, dan is het veel. We zwemmen langzaam weg van Marcel, en hebben na 2000m zo'n 75 meter voorsprong. Dat is een minuut.

Samen met Eddy begin ik aan het fietsonderdeel. Ik rijd flink door zodat Marcel er voor moet werken om het gat op ons dicht te rijden. Tot mijn grote verbazing zie ik bij het keerpunt na 5 kilometer dat Marcel al bij ons zit. Dat kan bijna niet: 1 minuut dichtrijden op twee man in 5 kilometer. Ik ben zwaar onder de indruk. Marcel neemt direct de leiding en ramt flink door. Hij kan hard fietsen, en kent het parcours. (Naderhand blijkt dat Eddy en ik ons verteld hebben: wij zwommen 50 meter teveel).

Het fietsparcours verdient enige toelichting. Sports Planet ligt in een woonwijk. Dat betekent een kilometer slalommen door nauwe bochten, klinkerweggetjes en over verkeersdrempels rijden. Dat leidt tot een paar benarde situaties. In een slecht door mij genomen bocht rijd ik bijna tegen een tegemoetkomende mede-atleet aan. Ook riskeer ik het verliezen van de achter mijn zadel gemonteerde bidons bij het rijden over de verkeersheuvels, en die heb ik broodnodig op deze zonovergoten dag. Het gevaarlijkst is De Dijk. Die dienen we elke ronde heen en weer, tot aan het keerpunt, te rijden. Voor de wind rond de 45/uur. De dijk is smal. En populair. Op deze mooie Hemelvaartsdag rijden er honderden dagjesmensen. De meesten op de fiets, sommigen op de motor of in de auto. Daartussendoor laveren wij triatleten, op kruissnelheid, in een continue poging de mede-weggebruikers en tegemoetkomende mede-atleten te ontwijken. Gelukkig zijn er geen ongelukken gebeurd, want dat had deze wedstrijd niet verdiend. Wel een heel belangrijk punt voor volgende edities voor de organisatie.

Bij het 15-km punt zie ik dat Eddy ons heeft laten rijden. Marcel blijft op kop beuken. Wanneer ik een paar kilometer later naar de kop ga, staat Marcel dat even toe, om vervolgens weer langszij de komen. Een jurylid op de motor komt langszij. Hij zegt dat hij de indruk heeft dat wij samenwerken. Tja, wat moet ik daarmee? Marcel kan niet van mij wegrijden, ik niet van hem. We zijn even sterk. Ik vind het dan fair play om ieder een gedeelte het tempo aan te geven, de ander op twintig meter. Dat gebeurt in elke wedstrijd.

Om geen gedonder te krijgen blijf ik de resterende 50 fietskilometers achter Marcel. Hij wordt trouwens bij een keerpunt bijna van zijn fiets gereden door een jurymotor, waardoor hij het officiële keerpunt mist. Via alternatieve wegen komt hij weer terug op het fietsparcours.

Mijn fiets-loopwissel gaat goed: inclusief sokken aandoen een van de snelste wisseltijden. Marcel is net wat sneller weg. Ik haal hem na 100m in: hij staat even stil om zijn schoen goed te doen. De eerste ronde trap ik vol op het gas om het verschil te maken. Dat lukt prima, want mede dankzij een plasstop van Marcel pak ik 2 minuten in de eerste 5 kilometer. Ik blijf mezelf onder druk zetten, en stuit daardoor op een moeilijk moment op kilometer 7. Negatieve gedachten. Ik haal het tempo er een beetje uit, en geef mezelf de tijd om de donkere wolk over te laten drijven. Ik denk dat het maar 5 minuten duurt, en dan loop ik weer als een zonnetje. Onvoorstelbaar hoe je geest er plotseling met je vandoor kan gaan.

De 20 kilometer kan ik verder strak blijven doorlopen. Het maximale geven lukt me niet onder dit soort omstandigheden, maar ik weet na vandaag precies waar ik sta in de route naar Didam. Fysiek is alles in orde; dat is een kwestie van de puntjes op de 'i' zetten. Mentaal klopt het ook aardig. Waar ik dit seizoen vooral het accent op wil leggen, is op het geestelijk vlak. Ik heb nooit ten volle beseft hoe belangrijk het is om je geest te voeden met de goede beelden, met wijsheid, met inzicht. Dat is een dimensie die het leven diepgang en geestelijke rijkdom geeft. Dat door te vertalen in mijn sporten, en in mijn wedstrijden, dat is mijn hoogste doel. Wat ik daarmee bedoel staat in de onderstaande tweet:

Inspiratie voor Westervoort: 'Christians should be able to compete with more freedom, less pressure and more joy'. Thanx @ryanhall3!

(De reactie van @BasDiederen: goeie tip van Hall, minder pressure in je banden doen;)

Uitslag 1/2 triathlon Westervoort, 2 juni 2011

1. Bert Flier 3:49:36
2. Marcel Gierman 3:56:14
3. Eddy Lamers 3:58:25


Foto: Janet Kranenborg