Welkom

Ik hoop dat je inspiratie vindt op mijn site!

Reacties of suggesties voor onderwerpen zijn welkom op mijn e-mailadres: bertflier72@gmail.com.

Veel plezier,

Bert Flier

dinsdag 19 juli 2011

Triathlon Duckstad

De Duckstad Triathlon is gewonnen door veelwinnaar Bob Parel. Deze internationaal gelauwerde atleet was speciaal door sponsor Dagobert Duck als publiekstrekker vanuit Oman ingevlogen. Parel won niet zonder slag of stoot. Tijdens het zwemmen waren het de junioren Kwik, Kwek en Kwak die als razenden van start gingen. Onder luide aanmoedigingen van het in grote getale opgekomen Duckstadse publiek namen zij een voorsprong van een halve minuut op een achtervolgend groepje. Daarin zat, naast Parel, de soepel zwemmende Sander Vlerk, afkomstig uit het naburige dorpje De Kwakel. Parel en Vlerk konden al in de wisselzone de aansluiting maken op de gebroeders K., die moeite hadden hun voeten in de fietsschoenen te proppen.

Op de fiets sloegen Parel en Vlerk het definitieve gat met de Duckstadse concurrentie. Toch was het niet dit duo dat de snelste fietstijd op de klokken zette. Die eer was weggelegd voor de lokale triatleet W. Wortel. Dit is opzienbarend, omdat Wortel zich vooral heeft voorbereid in de schuur in zijn achtertuin. Atleten die hij passeerde maakten melding van een raar zoemend geluid. Het schijnt dat W. Wortel banden heeft met de DSB (Dagoberts Sjoemel Bank) wielerploeg, en samenwerkt met DSB-renner Kwanselara. De fiets van Wortel is na de wedstrijd door de jury in beslag genomen en wordt momenteel onderzocht.

De jury had sowieso een drukke dag. Atleet D.D. (vanwege privacy redenen drukken wij alleen zijn initialen af) kon de verleiding niet weerstaan in het zog van Wortel te duiken toen hij snelle zwemmer D.D. inhaalde. D.D. negeerde de bevelen van jurylid Bolderbast en kreeg prompt een stop and go vanwege stayeren. Dat kwam het jurylid op een luid snaterend protest te staan, waarop Bolderbast besloot het heefthoofd te diskwalificeren.

Parel trok zich van deze akkefietjes niets aan en bleef tijdens het fietsen tactisch achter Vlerk rijden, om het vervolgens met het lopen af te maken. Vlerk eindigde als tweede, en kon daar vrede mee hebben. “Dit jaar ben ik naar het lange werk overgestapt”, zei hij, “en na de winst in Hamsterdam eerder dit jaar was deze wedstrijd in Duckstad voor mij een leuk tussendoortje”. Tot zijn eigen verbazing werd de Duckstadter Johan Kneevel, na een solide zwem- en fietsonderdeel, als derde binnengehaald door rondemiss Katrien Duck. Speaker Pim van de Hoek en diens collega Ruud de Kip waren dolenthousiast over deze eerste Duckstad triathlon. “Deze wedstrijd is serieuze concurrentie voor Halfmere en Gein”, aldus het in triathlonkringen bekende duo. “Een blinde kan zien dat triathlon leeft in Duckstad”.

Dat blijkt. Zwemvereniging Liever Nat dan Droog, wielerclub Duckstad Wil Vooruit en atletiekclub Het Beste Beentje Voor hebben de Duckstadse Triathlon Vereniging Het Driedubbeltje opgericht. “Doel is om met de Olympische Spelen van 2020 ten minste één Duckstadse atleet aan de start te krijgen”, aldus bondstrainer Arie Vlerk (inderdaad, vader van). “Als we ons niet rechtstreeks kunnen kwalificeren, dan proberen we het alsnog via de loting. Als kleine bond komen we daarvoor in aanmerking. Vandaar dat men mij heeft gevraagd voorzitter te worden”, aldus Duckstadter G. Geluk. Dat Duckstad haar ambities niet onder stoelen of banken steekt, blijkt uit de slogan op het finishershirt van de Duckstad triathlon: Ik Zwom, Fietste, Liep en Overwon.

Deze column verscheen eerder in Triathlon Sport

maandag 11 juli 2011

Deadliest catch: NK offroad triathlon Kijkduin

Offroad triathlon is zó mooi. En zó moeilijk. Het heeft me jaren gekost om de Beach Challenge te temmen. Dit jaar ga ik weer de strijd met de Haagse dame aan, op jacht naar hopelijk een derde NK titel offroad.

Foto's: Herman Vrijhof

De Beach Challenge wordt precies één week na het NK halve triathlon in Didam georganiseerd: 1,5 km zwemmen in zee, 28 km mountainbiken over het strand en de Puinduinen, en 10 km lopen door de duinen en het strand. De week tussen Didam en de Beach Challenge heb ik alle zeilen bij moeten zetten om te herstellen. Het NK halve triathlon blijkt hard te zijn aangekomen, en zelfs op de zaterdagochtend van de wedstrijd voel ik de restanten nog in de benen zitten. Als triatleet ben ik gewend om te gaan met dit soort benen, maar liever had ik nog een extra week hersteltijd gehad. Ik begin oud te worden;)

Als warming-up verken ik het eerste gedeelte van het fietsparcours en de Puinduinen. Het aanloopstuk is veranderd, en dat wil ik goed in m'n hoofd hebben. Samen met Paul Embrechts, die startnummer twee heeft, rijd ik over het strand en door de Puinduinen. Technisch voel ik me lekker, en over de benen mag ik ook niet klagen. All is well.

Totdat ik, bij het uitgaan van de Puinduinen op een stukje bergop een stuurfoutje maak en in het prikkeldraad beland. (Saillant detail: wanneer ik terugreken, moet dat op bijna hetzelfde tijdstip zijn gebeurd als de prikkeldraad-val van Johnny Hogerland). Met geen mogelijkheid kom ik meer overeind. Met Pauls hulp word ik uiteindelijk uit mijn benarde positie bevrijd. De schade valt mee: een paar oppervlakkige schrammen op mijn linkerarm en -bovenbeen, da's alles.

Terug bij het parc fermée monster ik de concurrentie. Die is vandaag meer dan stevig. Naast de gekende offroadspecialisten Rob Barel, Rorik Schouten en Hendrik Venema, zijn er de belgen Paul Embrechts en Tim van Daele. En er zijn drie snelle jonge triatleten naar Kijkduin gekomen voor de titel: Edo van der Meer (een week geleden tweede op het NK halve triathlon), Martijn Dekker (tweevoudig NK sprinttriathlon) en Tim Dullaart (2e WK offroad triathlon <23).

Ruim op tijd meld ik me bij de zwemstart, die een kilometer van het parc fermée is verwijderd. Ik duik de woelige Noordzee in en speur de horizon af naar de eerste boei. Die ligt niet op z'n plek. De golven zijn hoog en de branding is breed. Ik vind het fantastisch en geniet met volle teugen van het natuurgeweld. Alsof je live in een scene van Deadliest Catch zit, zo gaat de zee tekeer.

Wanneer ik terug door de branding richting strand zwem, merk ik dat ik 100 meter ben afgedreven... in de tegenovergestelde richting van het zwemparcours. Bij het startvak voert de wedstrijdleiding druk overleg met de jury. De stroming staat precies andersom dan gebruikelijk en is zo sterk dat je er nauwelijks tegenin kunt zwemmen. Er wordt ter plekke een alternatief zwemparcours bedacht: voor het parc fermée starten, een ronde van een meter of zeshonderd zwemmen, teruglopen over het strand, dan weer een ronde zwemmen, teruglopen over het strand naar het parc fermée en vervolgens op de mountainbike. Dit is geen triathlon meer, maar een swim-run-swim-run-mountainbike-run.

Prachtig vind ik het dat God de natuur zo bestuurt dat het vantevoren zo nauwkeurig uitgestippelde wedstrijdscenario met één onverwachte wending niet van toepassing verklaart. Ik houd van een wilde zee, en het lange lopen over het strand is ook mijn voordeel.


Met het complete startveld wandelen we de kilometer terug over het strand, naar het parc fermée. Direct na de start neemt het trio Edo, Martijn en Tim de leiding bij het zwemmen. Mijn start is wat minder, en ik heb moeite me te oriënteren. De boei waarop ik zwem, blijkt de tweede boei te zijn. Wanneer ik dat doorheb, ben ik al de eerste boei gepasseerd. Ik probeer nog terug te zwemmen, maar dat is vanwege de sterke stroming een kansloze missie. Om me heen liggen meer triatleten die de eerste boei gemist hebben. Ik besluit dan maar in te haken bij de zwemmers die richting tweede boei zwemmen, maar eigenlijk weet ik dat mijn wedstrijd erop zou moeten zitten: een boei missen is normaal gesproken diskwalificatie. Deadliest Catch scene 2.

Rond de 10e plaats kom ik aan het eind van de eerste ronde het strand op, een minuut achter Edo, Martijn en Tim, en net achter Rob Barel. Veel winst of verlies heeft mijn foutzwemactie me dus niet opgeleverd. Op het strand kan ik een paar plaatsen winnen, en net achter Rob worstel ik me door de branding voor de tweede ronde. Nu haal ik de eerste boei wel, en kom uiteindelijk niet ver achter Erik Wolsing, als zesde, uit het water. Op het loopstuk haal ik Erik bij. Rob zit een seconde of tien voor ons. Twee minuten voor ons zit de kop van de wedstrijd. Dat is een heel mooie uitgangspositie - maar de gemiste boei blijft door m'n hoofd spoken.

Mijn wissel is strak, en gelijk met Erik en Rob (die zijn helm vergeet op te zetten en even terug moet) zit ik op de fiets. Om de Haagse dame nog wat moeilijker te veroveren te maken, bestaat de aanlooproute dit jaar uit een kasseienstrook bergop naar de boulevard gevolgd door een afdaling over een strandtrap, een stuk strand, weer een kasseienstrook omhoog naar de boulevard en weer een strandtrap naar beneden. Dat eerste stuk kom ik zonder kleerscheuren door. Sterker nog: als enige van ons drietal kom ik fietsend door het mulle zand.

Het stuk strand richting kustlijn wordt door Barel scherp aangesneden. Ik kies een andere lijn, en dat komt me op een kleine achterstand te staan. Erik Wolsing moet ook een gaatje op Rob dichtrijden, die vol gas geeft op dit zware stuk tegenwind. Ik voel dat dit een sleutelmoment is en ga vol in het rood om de aansluiting te maken bij Erik en Rob.

Ternauwernood kan ik terugkomen. Vandaag fiets ik eens een keer met hartslagmeter. Die geeft 169 aan. Mijn omslagpunt is 152. Ik rijd dus harder dan ik kan. Ik sla een paar kopbeurten over om op adem te komen, en doe dan mijn plicht aan kop van het groepje. Een paar honderd meter later, wanneer ik in het wiel van Erik zit, verlies ik even mijn concentratie, rijd tegen zijn achterwiel aan, en val. Ik zit weer snel op de fiets, maar het gat is dan al 100 meter. Net was ik al in het rood gegaan, en de tweede keer aansluiten lukt me gewoonweg niet. Domme, onnodige, eigen fout. En een dure. Op kop rijden Edo, Martijn en Tim met z'n drieën, daarachter Rob en Erik met z'n tweeën, en ik zit daar in m'n eentje achter. Met windkracht 5 tegen. Achter me gaapt een groot gat. Deadliest Catch scene 3.


Bij het keerpunt zie ik dat Paul Embrechts en Rorik Schouten vlak achter me zitten. Voor de wind kan ik wat herstellen en probeer ik wat energie op te doen om ze in de Puinduinen op te vangen. Door weer een stuurfout is Paul me al aan het begin van de Puinduinen voorbij. Hij rijdt snoeihard, en wat ik ook doe, ik kan 'm niet bijhouden. Rorik komt ook over me heen, en langzaam maar zeker zie ik ze van me wegrijden.

Dit is niet goed voor mijn moraal: de wil is er wel, maar ik heb vandaag niet de benen die ik normaal heb. Na de Puinduinen, op het stuk voordewind richting Kijkduin, zie ik Erik Wolsing voor me uit rijden. Die is er dus door Rob afgereden. Op het lange stuk tegenwind worstel ik in m'n eentje. Dertig, veertig seconden voor me rijdt Erik, ook alleen. Ik merk dat hij inhoudt, maar ik kan geen centimeter dichterbij komen. Sterker nog, wanneer ik achterom kijk, zie ik een groepje van drie aankomen. Precies bij het keerpunt, wanneer we weer meewind krijgen, strijkt het drietal Hendrik Venema, Tim van Daele en Michael Krijnen op me neer. Voor de wind kan ik nog mee, maar in de Puinduinen moet ik Hendrik en Tim laten rijden. Ik ben gewoon niet goed genoeg vandaag, zo simpel is het, en dan helpt het niet als je twee keer in je eentje alleen tegenwind rijdt. Jeroen van Dijke komt me ook voorbij. Het oogt zo fris als een hoentje.

Als tiende kom ik van de fiets, met vijf minuten achterstand op het podium. Ik besluit toch maar gas te geven en gewoon lekker te genieten van het lopen. Dan kan ik, na het missen van de eerste boei en het frustrerende mountainbikeonderdeel, toch nog positief afsluiten.

Tot mijn verbazing blijk ik goede loopbenen te hebben. Meestal loop ik in de Beach Challenge minder door de voorafgaande inspanningen, maar vandaag gaat het als een zonnetje. De eerste kilometers pak ik al een paar man terug, en aan het eind van de eerste ronde zie ik Tim van Daele voor me uit lopen. Die loopt op plaats zes: vier posities teruggewonnen. De tweede ronde blijf ik lekker lopen, en haal tot mijn eigen verbazing vlak voor de streep Rob Barel weer bij. Net achter Rob, als zesde en met de snelste looptijd van de dag, passeer ik de finish...

...om direct bij de jury aan te geven wat er met het zwemmen is gebeurd. De jury besluit uiteindelijk mij in de uitslag te laten staan, omdat een heel peloton de eerste boei gemist blijkt te hebben en ze geen voordeel zien in de alternatieve route die ik heb afgelegd.


Vandaag heb ik weer veel geleerd. Er had meer ingezeten, maar op de beslissende momenten was ik niet bij de les. De foto hierboven geeft precies aan hoe ik me na de finish voel. De Haagse dame heeft me dit jaar op de knieën gekregen.

Ten slotte: hulde aan Edo, die direct bij zijn debuut in Kijkduin wint.

Uitslag NK offroad Kijkduin, 9 juli 2011

1. Edo van der Meer 2:14:04
2. Martijn Dekker 2:15:27
3. Paul Embrechts (B) 2:16:36
4. Rorik Schouten 2:17:10
5. Rob Barel 2:18:49
5. Bert Flier 2:18:51

zondag 3 juli 2011

NK halve triathlon Didam: brons met een gouden rand

Het is geen geheim dat ik het NK halve triathlon in Didam als hoofddoel van dit seizoen had staan. Bij doelen hoort focus, en bij focus hoort discipline. Ook toen ik nog maar weer net opgekrabbeld was na m'n burnout dacht ik aan onbewust al vaak vooruit, tijdens de trainingen, aan wat ik die dag kon doen. Om me daar te laten zien zoals God me het liefst ziet: met volle overgave zwemmen, fietsen en lopen, het beste te halen uit mijn talenten en mogelijkheden.

Discipline wordt vaak gelijk gesteld aan wilskracht. Wilskracht is onderdeel van discipline, maar iedereen die zich hierin heeft geprobeerd te oefenen, zal hebben ervaren dat je minstens zoveel wils-tegenkracht hebt als wilskracht. Een bredere definitie van discipline is door John Ortberg gedefinieerd als iedere activiteit die ik door directe inspanning uitvoer en die me helpt om dingen te doen die ik nu niet door directe inspanning kan doen.

Die definitie kwam ik pas in de week voor Didam tegen, maar hij geeft wel precies aan hoe ik de laatste maanden m'n trainingen heb ingericht: met het oog op Didam. Luisterend naar mijn lichaam, en de omstandigheden en belastbaarheid van elke dag respecterend. Hoe dichter je bij de wedstrijd komt, hoe nauwer het gaat luisteren om het zwemmen, fietsen en lopen gezamenlijk op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen, en vooral ook, om mentaal en geestelijk voorbereid te zijn op de wedstrijd. Sport zie ik als een middel in mijn leven om het hoogste doel in leven vorm te geven: God te dienen. Wat ik zo mooi vind, is dat God mij niet afrekent op tijd of positie. Hij kijkt naar de intentie waarmee ik leef, waarmee ik sport. Als die op Hem gericht is, dan is elke uitkomst goed.

Om een wedstrijd zo goed mogelijk te doen, heb je focus nodig. Vaak heb ik de fout gemaakt teveel geconcentreerd te zijn op een wedstrijd. Teveel te willen controleren. Te vastomlijnde wedstrijdscenario's te bedenken, die in de praktijk natuurlijk geen van allen uitkomen. Juist dat proces ben ik steeds meer gaan waarderen: je huiswerk zo goed mogelijk doen in de trainingen, een duidelijk doel formuleren (gaan voor winst), en daarop je voorbereiding af te stemmen.

Focus en een duidelijk doel betekent ook druk. Druk is nodig om het beste uit jezelf te kunnen halen. Tegelijkertijd kan het ook verlammend werken. De juiste spanning creëren, niet te veel en niet te weinig, dat is de kunst. Het duale daaraan is dat het doel dat je voor ogen hebt, heel veel (bijna alles) voor je moet betekenen. Anders kan je nooit zo diep gaan als nodig is in de wedstrijd, in het leven. Relativeren vlak voor of tijdens een wedstrijd is killing. Tegelijkertijd, maar op een ander niveau, moet je ook relativeren. Het resultaat bepaalt uiteindelijk niet je levensgeluk, hoe God jou ziet. Dat geeft je de ruimte om ontspannen te kunnen zijn in het oog van de storm.

Wanneer ik in de vroege ochtend naar Didam rijd, voel ik me kalm, zeker en sterk. Ik ben blij dat de voorbereidingen nu klaar zijn en het vandaag mag gebeuren. De wedstrijdlocatie ziet eruit om door een ringetje te halen: een professioneel ingericht parc fermée, een duidelijk uitgezet zwemparcours, een fietsparcours met ruime, rustige wegen en een deels onverhard loopparcours dat, naast je loopvermogen, ook je coördinatie en loopefficiëntie test. De finish is in een voetbalstadion, waar een goede sfeer hangt. Professioneel en intiem, dat is de omschrijving die bij dit evenement past.

Na de warming-up op de kant, lig ik op tijd in het water om in te zwemmen. M'n ademhaling is altijd een punt van aandacht: als ik die niet onder controle heb, heb ik risico op hyperventilatie in de zwemstart. Vandaag zit de ademhaling heerlijk laag, en ik voel dat de armen goed zijn.

Helemaal rechts in het startvak stel ik me op, in de buurt van Frank Heestermans en Diederik Scheltinga. Topzwemmers Bas Diederen en Edo van der Meer liggen pal aan de andere kant. Vermoed ik.

Na het startschot ben ik meteen goed weg. Ik kan de eerste 100 meter vrij zwemmen, laat daarna Frank passeren, en nestel me in zijn voeten. Van links schuift een aantal mannen in, en er vormt zich een mooi groepje. Mijn precieze positie weet ik niet, maar ik weet zeker dat Bas en Edo voor ons uitzwemmen, en misschien nog iemand daartussen.

Na een paar honderd meter merk ik aan m'n ademhaling dat het hard gaat. Ik kan net aanhaken in de staart van de groep, op de voeten van Frank. Frank Heestermans is een smalle, lange lichte jongen die bijna geen draft veroorzaakt. Ik moet me de blaren zwemmen om zijn benen te houden. Mijn hoofd produceert gedachten als 'dit gaat te hard, dit doet pijn, en als je nog langer op dit tempo blijft, ga je hyperventileren'. Ik laat die gedachten gewoon toe en zorg ervoor dat m'n armen blijven doormalen in hetzelfde tempo. Ik voel dat dit sleutelmoment 1 in mijn wedstrijd is.

Na een rondje (van de 3,5) komt Diederik Scheltinga langszij. Ik laat hem passeren, en merk, wanneer ik in zijn voeten ga liggen, dat hij de perfecte draft veroorzaakt. Dat scheelt een slok op een borrel, en ik neem me voor zijn voeten niet meer los te laten.

Dat klinkt makkelijker dan dat het is, want na twee rondes beginnen we de langzame zwemmers te dubbelen. Meedere malen komt het voor dat Diederik op het laatste moment naar links of rechts uitwijkt en er plots voor me de voeten van een gedubbelde zwemmer opduiken. Ik kan telkens weer de aansluiting bij Diederik vinden, die op zijn beurt netjes in de staart van de groep blijft zwemmen. Ik moet nog steeds alle zeilen bijzetten, wat betekent dat ik met een goede zwembeurt bezig ben.

Bij de een-na-laatste boei, waar ik weer om een gedubbelde zwemmer heen moet, gaat het toch bijna fout. De gedubbelde maakt een schoolslag-benen beweging, en trapt me daarbij recht op mijn zwembrilletje. Het blijkt de perfecte trap: het brilletje komt alleen maar vaster te zitten, en op een pijnlijke oogkas na heb ik geen schade.

Als elfde klauter ik uit de Nederhorst, op 2:45 van Bas Diederen en Edo van der Meer. Drie tot vier minuten had ik ingecalculeerd na het zwemmen: dit is goed nieuws.


Na een gecontroleerde wissel begin ik aan de 80 km fietsen. Als een van de laatsten van het zwemgroepje. Voor me uit zie ik 6 man fietsen: alles behalve de top-4 heb ik dus al in beeld. De benen voelen prima aan, en man voor man (en één vrouw, Mirjam Weerd, die erg goed heeft gezwommen) schuif ik op. Tot mijn grote vreugde zie ik dat Gerbert van den Biggelaar, die normaal een stuk sneller zwem dan ik, na een paar kilometer voor me uit rijden. Net daarvoor rijdt Diederik Scheltinga. Eerst haal ik Gerbert bij, dan Diederik. Ik rijd hard door om te kijken of ze mee kunnen.

Dat kunnen ze, en makkelijk. Ik voel dat ik niet sterk genoeg ben om weg te rijden, en besluit dat het het beste is om in deze groep te blijven. Edo en Bas rijden tenslotte ook met z'n tweeën voorop. Ook al mag je niet stayeren, het scheelt toch energie om niet alleen constant het tempo te hoeven maken.

Na 20 kilometer is de achterstand van ons groepje 3 minuten op de twee koplopers, en een dikke minuut op Dave Rost. Die rijdt dus in z'n eentje op plaats drie; daarachter rijden wij dus met z'n drieën. Het gemiddelde na ronde 1: 40.2

Gerbert vindt dat het harder kan en geeft gas. Dat komt mij uitstekend uit, want wil ik kans maken op de overwinning, dan zal het gat kleiner moeten worden. Ik kan in eerste instantie prima volgen, maar naarmate ronde 2 vordert, krijg ik steeds meer moeite, vooral na de bochten, om de aansluiting te houden.


Aan het eind van ronde 2 trekt Gerbert op een stuk meewind hard door. Het gaatje van twintig meter wordt dertig meter, dan veertig, dan vijftig. 'Laat het niet gebeuren!' zeg ik hardop tegen mezelf. Dat is sleutelmoment 2 in de wedstrijd. Ik kruip een paar meter dichterbij, verlies in een bocht diezelfde meters weer, en maak een paar bochten later een stuurfout waardoor ik in de berm beland. De vijftig meter zijn direct 100 meter. Ik lig eraf. M'n extra voedingsbidon pik ik op van Lars van der Eerden, dat is in ieder geval gelukt.

Ronde 2 is hard gegaan: mijn overall gemiddelde is 40.4. Edo en Bas rijden nu vier minuten voor me uit. En mijn benen kunnen niet harder dan dit. En Gerbert en Diederik worden steeds kleiner. Zij hebben me bij m'n edele delen en gaan in de aanval om zoveel mogelijk afstand te nemen. In hun positie had ik precies hetzelfde gedaan. Goed gedaan mannen, toeslaan wanneer de tegenstand zwak is!

Ik besluit me even niet met deze feiten bezig te houden, maar zo strak mogelijk te blijven doorfietsen, mezelf goed te blijven verzorgen en iets positiefs te bedenken. Fleetwood Mac met Go Your Own Way bijvoorbeeld. En het vooruitzicht op het lopen. Ik ken deze spierspanning: ik kan hiermee redelijk hard fietsen, maar niet super. Vandaag heb ik loopbenen.

Ronde drie worstel ik in m'n eentje door. Het gemiddelde zakt naar 40.0. De kans op winst is nu minimiem: daarvoor ben ik afhankelijk van fouten of materiaalpech bij Bas en Edo. Dat gaat waarschijnlijk niet gebeuren. Dave Rost rijdt daarachter, maar hoeveel hij op mij voorligt? Geen idee. Gerbert en Diederik zijn uit het zicht, maar meer dan een minuut kan het verschil ook niet zijn. Ik lig dus op plaats zes.

Na zeventig kilometer wordt dat plaats zeven: Eimerd Venderbosch, met wie ik gelijktijdig op de fiets sprong, rijdt zo vlak als een biljartlaken en komt me soepel trappend voorbij. Een redder in nood, want dankzij hem kan ik de laatste 10 kilometer mijn ritme weer hervinden. En gloort er weer hoop: in de verte, op een paar honderd meter, ontwaar ik de silhouetten van Gerbert en Diederik! Die hebben blijkbaar in ronde drie toch iets teveel in de energiebuidel getast. Eimerd rijd ons naar een seconde of twintig in de wisselzone. Het overall fietsgemiddelde: 40.0. Dat is niet verkeerd, maar wel te langzaam om kans te blijven maken voor de winst. Bas en Edo liggen dik vijf minuten voor.


Als zesde kom ik het loopparcours op. De benen voelen redelijk, maar niet zo fris als ik had gedacht. Op krap honderd meter lopen Diederik en Gerbert. Ik krijg een split door op Dave Rost, die op de derde plaats loopt. Twee minuten.

Twee minuten! Dat is te doen. Ik heb m'n nieuwe doel: Dave bijhalen en zo toch op het podium komen. Eerst zorgen dat ik Diederik en Gerbert bijhaal. Op kilometer drie sluit ik aan bij Gerbert. Die heeft zojuist een gaatje van twintig meter op Diederik moeten toestaan. Gerbert sluit aan en loopt met mij naar Diederik. Ik blijf mijn eigen tempo lopen, en neem de leiding van ons drietal. De situatie van een dik uur geleden, halverwege het fietsen, is weer hersteld. Met dit verschil dat ik nu in de positie ben om hen pijn te doen. Denk ik.

Gerbert denkt daar anders over, versnelt, en neemt de kop. Diederik moet een gaatje toestaan. Ik vind dit geweldig. Met z'n drieën knokken en ondertussen op Dave inlopen. Na een paar honderd meter hoor ik de ademhaling van Gerbert versnellen. Ik heb nog een paar procent over, en neem de kop over. Even later ben ik los. In vijf kilometer van plaats zes naar vier. En, nog belangrijker: 40 seconden afgelopen van de achterstand op Dave.

Ronde twee kom ik nog beter in het ritme. Ik besluit hard te blijven doorlopen, met een heel klein beetje overhouden voor als het nodig is in de finale. 3x40=120, dus op dit tempo zou ik Dave na 15 kilometer moeten bijhalen. Op een eindsprint zit ik niet te wachten, maar je weet nooit of Dave mij kan opvangen.

Elke keer dat ik een split doorkrijg, is er weer een flinke hap vanaf. Na 10 kilometer is het verschil rond de veertig seconden, en ik Dave voor me zien lopen. De benen gaan eigenlijk alleen maar beter aanvoelen, en ik besluit nog wat te versnellen. Op kilometer veertien, net voor het einde van de derde loopronde, haal ik Dave bij. Hij pikt aan. Mijn antwoord is een versnelling, en die blijkt genoeg om langzaam een gat te slaan.

De laatste ronde is puur genieten. Als derde, op respectabele achterstand op Bas en Edo, die vandaag een klasse apart waren, weet ik dat ik er het maximale heb uitgehaald. Dit brons vier ik als goud.


Dank voor iedereen die heeft meegeleefd: via email, telefoon, sms en twitter.
Volgende week het volgende triathlonfeestje: het NK offroad in Kijkduin. Ik verdedig daar mijn titel: alle support is welkom!


Uitslag NK halve triathlon Didam - 2 juli 2011

1. Bas Diederen 3:30:56
2. Edo van der Meer 3:31:50
3. Bert Flier 3:37:59
4. Dave Rost 3:39:13
5. Guido Kwakkel 3:44:14
6. Gerbert van den Biggelaar 3:44:15
7. Diederik Scheltinga 3:45:41
8. Cees Colijn 3:45:57
9. Eimert Venderbosch 3:46:15
10. Merijn Schuurman 3:48:33