Welkom

Ik hoop dat je inspiratie vindt op mijn site!

Reacties of suggesties voor onderwerpen zijn welkom op mijn e-mailadres: bertflier72@gmail.com.

Veel plezier,

Bert Flier

dinsdag 25 mei 2010

Tweede in seizoensopening in Woerden

De kwart triathlon van Woerden betekende voor mij de start van het nieuwe triathlonseizoen. Dat betekent overigens niet dat ik stil heb gezeten. Afgelopen winter heb ik met name geïnvesteerd in het lopen. Heb dat undercover gedaan (daarmee bedoel ik dat ik daar niets van op de website heb gezet vanwege andere prioriteiten zoals het organiseren van twee trainingsstages), maar heb in totaal zo'n acht loopwedstrijden gedaan. Hoogtepunt: winst in uur 1.10 op de halve marathon van Oostvoorne.

Onderweg naar Woerden heb ik m'n strijdplan al klaar. Dat is simpel: zorgen bij de eersten van de fiets te komen, en dan toeslaan op het lopen. Dat staat immers als een huis. Plannen maken is eenvoudig, maar het komt natuurlijk aan op de uitvoering. Onderdeel van de uitvoering is weten wie de tegenstand is, en wat de meest waarschijnlijke wedstrijdscenario's zijn. Favoriet is Gerbert van den Biggelaar. Hij zwemt sneller dan het hele pak, fietst sterk, en als-ie een minder onderdeel heeft, dan is het het lopen. Meest waarschijnlijk is dat hij vanaf de zwemstart leidt, een heel stuk of alles alleen fietst, en het dan met het lopen afmaakt.

Dan moet hij natuurlijk wel uit de greep van de sterke fietsers blijven. Dat zijn vooral Frans van Heteren, Carlo van den Bergh en Erik-Simon Strijk. Ik ben ook wel tevreden over m'n fietsen, maar in een groep rijdt het nu eenmaal net wat makkelijker, ook al mag je niet stayeren.

Punt is dat je na het zwemmen wel de aansluiting moet hebben bij die mannen om mee te kunnen. Met een blij gemoed (vanwege de ruim twintig graden, de afgeladen bruggen en walkanten met publiek, en de wetenschap dat ik fit ben) spring ik een kwartier voor de start in het water om in te zwemmen. Ik bepaal m'n startpositie: tussen Gerbert en Carlo in. Erik-Simon en Frans liggen vlak naast ons. Na het startschot ben ik goed weg, maar ik moet vol doorzwemmen om vooruit te blijven. Altijd gezellig, een groep van hondervijftig getaperde, van goesting overlopende horde triatleten met z'n allen door een fuik van twintig meter breed sturen tweehonderd meter na de start. Pak het mannetje midden in het pak op de foto hieronder eruit, bedenk dat hij tegen maximale hartslag zit, en van voor, achter, links en rechts wordt aangevallen op z'n positie, en je kunt je een kleine voorstelling maken hoe het is daar te liggen. Er zijn prettiger manieren om je Tweede Pinksterdag door te komen kan ik u meedelen.

Het duurt een meter of vierhonderd voordat de boel op een lint komt en ik wat meer relaxt kan zwemmen. Erik-Simon ligt naast me, Carlo voor me en Frans ligt op mijn voeten. Gerbert is dan al een stuk los.

Foto's: met dank aan Paula Bouman - http://www.psdefotografe.nl/
In de tweede helft van het korte (een ruime 1000 meter) kan ik wat meer ontspannen en kijk ik even achterom om te controleren wie er nog aan hangen. Dat blijkt een hele sliert te zijn. De laatste 100 meter naar de trap wordt er hard doorgetrokken om in goede positie uit het water te klimmen. Ik grijp in de eerste instantie mis, en val weer even terug in het water. Carlo van den Bergh en Frans van Heteren zitten daardoor een paar tellen voor me op de fiets. Ik hoor dat Gerbert een minuut voorsprong heeft genomen. Dat was te verwachten. Niets aan de hand, zolang ik maar met Carlo en Frans meekan.

En dat is nu juist het probleem. Frans rijdt op kop. Snoeihard. Carlo kan maar net volgen op de reglementaire afstand. Ik probeer van alles, maar het resultaat is dat ze seconde voor seconde van me wegrijden. Bij het keerpunt na 5 km is Gerbert 10 seconden uitgelopen, en is het gaatje met Frans en Carlo tussen de 10 en 15 seconden. Niet veel, maar genoeg. Erik-Simon, die vlak achter me uit het water kwam, rijdt weer een seconde of 10 achter mij.

Ik besluit m'n eigen tempo te gaan rijden om me niet over de kop te rijden. Misschien dat ik later, als Erik-Simon erbij komt, nog wat van de achterstand af kan halen. Het duurt anderhalve ronde (het fietsparcours bestaat uit vier rondes van 10 km) tot Erik-Simon mij heeft bijgehaald. Hij neemt meteen hard over. Zo hard, dat ik blij ben mee te kunnen. De achterstand op Gerbert is dan al ruim anderhalve minuut; Frans en Carlo rijden een dikke halve minuut voor ons. De tempoversnelling van Erik-Simon is genoeg om ze niet verder te laten wegrijden, maar onvoldoende om ons dichterbij te brengen. Status quo dus. Wanneer Erik-Simon het zat is om op kop te rijden, is het mijn beurt. Ik blijk de mindere fietser, want de mannen sprokkelen weer secondes in de kilometers waarin ik het tempo aangeef. Uiteindelijk komen Erik-Simon en ik als vierde en vijfde van de fiets, met krap 3 minuten achterstand op Gerbert (die heel hard heeft gefietst, solo) en ruim 2 minuten op Frans en Carlo.



Erik-Simon wisselt wat langzamer, dus als vierde stuif ik het parc fermée uit. Net als de fietswissel was dit een hele snelle; altijd prettig die extra secondes. Zeker als er schade in te halen is. Ik start hard, maar zie na een dikke kilometer Erik-Simon voorbij komen. Die kan ook een stukje lopen weet ik uit ervaring: vorig jaar won hij hier door een lage 34-er te lopen. Ik hoor aan zijn ademhaling dat hij flink diep zit, en ik haak aan.

Aan het eind van de eerste ronde door het volledig afgezette en zinderende centrum van Woerden (complimenten voor de organisatie) zakt het tempo wat in, en neem ik over. Vlak daarna moet Erik-Simon een gaatje laten, en ik trek door. Carlo hebben we dan inmiddels te pakken. Nog twee man voor me. Na drie kilometer hoor ik in het eerste rondje 40 seconden dichtgelopen te hebben op Gerbert. Dat is wel erg veel, en dan zijn die krap drie minuten er nog maar dik twee. Ik blijf dus gas geven, en zie aan het eind van ronde twee Frans voor me lopen. Mooi mikpunt, maar het duurt tot aan het eind van de derde ronde voor ik hem heb bijgehaald. Gebert loopt dan nog steeds krap 2 minuten voor me, en dat is niet te doen in 2,5 km lopen. Ik wil eigenlijk wat rustiger aan doen, maar vind m'n tweede adem en loop ook de laatste ronde strak door. Als je dan toch bezig bent, dan maar het gas vol bijven indrukken tot op de streep. Dan weet je tenminste wat je waard bent. Resultaat: een hoge 33-er op de tien, tweede overall, en lekker aan de vorm geschaafd. Da's lekker, als start van het seizoen.


Uitslag kwart triathlon Bodegraven, maandag 24 mei 2010

1. Gerbert van den Biggelaar 1:46:30
2. Bert Flier 1:48:06
3. Erik-Simon Strijk 1:48:33

Old school driekamp

Het is zeven uur op een vrijdagochtend in maart. De lobby van ons hotel op Gran Canaria staat nog op de nachtstand, totdat een zwerm triatleten de rust verstoort. Een lichte vorm van wedstrijdspanning zoemt in het rond. Ter afsluiting van de trainingsstage hebben de organisatoren (schrijver dezes en Johan Neevel) bedacht een old school driekamp te organiseren. We grijpen daarmee terug naar de oorsprong van triathlon in Nederland: de vierkamp in Den Haag uit de jaren zeventig. Zaterdag 85 kilometer fietsen en 100 ronden schaatsen, zondag 3 kilometer zwemmen en 30 kilometer lopen.

Onze driekamp is wat bescheidener van aard. We starten ’s ochtends met 500 meter zwemmen in zee, vervolgens midden op de dag een klimtijdrit, en aan het eind van de middag een loopwedstrijd over het strand. Om aan te geven dat het toch wel serieus is, regel ik een viltstift waarmee startnummers op de bovenarm worden gekalkt. Dat, in combinatie met de opmerking no rubber today maakt sommigen toch wat nerveus.

Op het strand blijkt dat de hoop op een spiegelgladde ochtendzee niet is uitgekomen. Golven van ruim een meter hoog bestormen de kust van Playa del Inglès. Dit tot genoegen van de goede zwemmers (dezelfde mensen die bedacht hebben dat er vandaag zonder wetsuit zal worden gezwommen). Het zwemparcours is een driehoek: starten vanaf het strand, door de branding om de rode boei, vervolgens om de gele boei, weer terug door de branding naar het strand, een stukje over het strand lopen, en dat rondje nog een keer.

De race is kort en heftig. Op de terugweg naar het hotel beschuldigen trainingsmaten elkaar van pogingen tot verdrinking en wordt per versie de branding een decimeter hoger en het water een graad kouder. Tijdens het ontbijt zet ik de boel verder op scherp door te melden dat ik net zo lang onderdelen van mijn fiets sloop tot ik op het minimaal toegestane gewicht van 6,8 kg zit. Dit in verband met de lange, steile klim in het tijdritparcours.

Wanneer we verzamelen om naar de start te rijden, zie ik tot mijn genoegen dat een paar man zich serieus hebben voorbereid. Zadeltasjes en pompjes zijn verwijderd, en een paar fanatiekelingen heeft zelfs de bidonhouders eraf geschroefd. Om niet aan het oog van de menselijke tijdwaarneming te kunnen ontsnappen, hebben twee deelnemers hun genummerde badmuts over de helm getrokken. De leider in de wedstrijd is uitgedost met zwembandjes, die door de onbarmhartig schijnende zon de bovenarmen bovenmatig doen zweten.

Om stayeren te voorkomen wordt met intervallen van dertig seconden gestart. Als eerste start de laatste zwemmer. Deze rank gebouwde atleet is een begenadigd klimmer en daler. Hij heeft alle overbodige accessoires van zijn fiets afgeschroefd, want dit is zijn kans om de rode lantaarn kwijt te spelen. In volle galop stormt hij weg, gadegeslagen door de voltallige concurrentie. Die ziet de renner na 500 meter terugschakelen en woest stampend op de pedalen de klim aanvallen. Helaas stuurt hij, in zijn enthousiasme, een weg te vroeg omhoog. Even later realiseert hij zijn vergissing, maar dan heeft hij zich al definitief in de kelder van de uitslag geparkeerd.

Twintig kilometer later rijd ik met een tot op de eeltlaag verzuurde, maar ook opgeluchte en trotse groep terug naar het hotel. ’s Middags op het strand wordt er op een heen-en-weer parcours van 1,8 km een bikkelhard gevecht geleverd om de ereplaatsen. Bij een paar deelnemers bengelt een Jochem-Uytdehage-slijmsliert aan de kin, en in de eindsprint lanceert iemand zich op Usain Bolt-achtige wijze. Aan de finish zijgt een paar triatleten ineen alsof ze net een langlauffinale op de Olympische Spelen hebben afgewerkt.

Er is vandaag gestreden in de geest van de pioniers. Alles geven, de dood of de gladiolen. Triathlon zoals het begon. En zoals het, wat mij betreft, het leukst is.

Dit bericht verscheen eerder in Triathlon Sport