Vroeger - we hebben het over de jaren negentig - was Oldeberkoop mijn favoriete halve. Elk jaar weer keek ik uit naar de ochtendrit naar Friesland, waarin ruim 200 km de tijd had om zin te krijgen maken voor een zwem-fiets-en loopfeestje in dit landelijke en o-zo-maagdelijke Friese gehucht. (Later bleek dit dorp minder onschuldig; Oldeberkoop is recent nog in het nieuws geweest vanwege een moordzaak als ik me niet vergis). Maar dit terzijde.
Oldeberkoop is ter ziele gegaan, en het minstens zo fotogenieke en rustieke Immenstadt, gelegen in de Duitse streek Allgäu, staat nu bovenaan mijn lijstje van geliefde wedstrijden. Vorig jaar kon ik niet, maar dit jaar heb ik me al vroeg ingeschreven, in de periode dat het ijs nog in de sloten lag en sneeuwbuien gierden om het huis. Een licht vakantiegevoel maakte me al meester, want zonder overdrijving durf ik te zeggen dat Allgäu kan wedijveren met, ik noem maar wat, Hawaii, als je het hebt over inspirerende landschappen. Dit gebied is gemaakt om van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat te zwemmen in blauwe Alpmeertjes, te fietsen over sappig groene en lekker gemene heuvels, en te lopen door schaduwrijke en heerlijk ruikende bossen.
Ik associeer Allgäu met zon, en dat is ook zo wanneer ik de woensdag voor de wedstrijd aankom. Donderdag is het bloedheet, met temperaturen ver boven de dertig graden. Vrijdag slaat het weer om, en verregent het geplande jaarlijkse dorpsfeest dat Immenstadt traditioneel de avond voor de triathlon organiseert. De weersprofeten geven echter droog weer op voor het grootste gedeelte van de zaterdag, met later op de dag kans op een bui. Ik vind alles prima, zolang mijn rug het maar houd. Tot de dag voor de wedstrijd heb ik grote twijfels, want ik blijf flink last houden van de gevolgen van de val in Kijkduin, een week geleden. Ik besluit toch maar te starten; zwemmen en fietsen moet lukken, en met het lopen kan ik altijd nog besluiten uit te stappen.
Waar de Duitse Timofeeff zijn voorspellingen op heeft gebaseerd weet ik niet, maar zaterdagochtend klettert de regen op het dak van de auto wanneer ik naar de start rijd. De thermometer geeft 11,5 graden Celcius aan. Arnoud (van Garderen) en Emelie (Papenburg) met wie ik de accommodatie deel, zijn niet enthousiast over dit weer. Ik had het liever ook zonnig gezien, maar ik heb de rare afwijking dat ik erg enthousiast word van extreme omstandigheden. Niks zo erg als een bewolkte, windstille dag van 20 graden zoals je die in Nederland zo vaak hebt. Dan liever bloedheet, of zoals nu, kou, regen en wind. Zeker als ik zie wat voor effect dat op de concurrentie kan hebben. Er lopen behoorlijk wat mensen met een lang, bang gezicht rond, de ogen dof, en het ranke lichaam gehuld in dikke kleding. Gelukkig peppen A&E zich voldoende op, en hebben ze allebei een goede wedstrijd.
De vrouwen worden om 8:00 uur afgeschoten, exact 35 minuten voordat wij mannen starten. De vrouwen dienen als lokaas: de eerste tien aan de streep, of dat nu mannen of vrouwen zijn, vallen in de prijzen. Net zoals dat in bijvoorbeeld Egmond gaat.
Alsof er een kudde hitsige pinguins wordt losgelaten, zo hard wordt er gestart wanneer om 8:35 het startsein bij de heren wordt gegeven. (Saillant detail: een paar man start al ruim voor het startschot; de organisatie kan zich een herstart niet permitteren, en het is voor de jury onmogelijk toezicht te houden op 1000 man in zwart neopreen gehuld vol ongeduld). Ik ben redelijk weg, maar trap na 100 meter op m'n adem en zit tegen hyperventilatie aan. Ik maan mezelf tot rust, houd het overzicht, duik in een paar gaatjes en kan weer snel m'n ritme oppakken. Gevolg is wel dat ik een groepje moet laten gaan waar ik graag bij in de voeten had gehangen. Ik beland in de derde groep, en kom na een heel ontspannen tweede kilometer als twaalfde uit het water, op 2,5 minuut van de kop. Dat blijkt trouwens pas na de wedstrijd, want voor m'n gevoel lag ik dertigste, met ruim vier minuten achterstand. Perceptie en feiten, daar kan nogal wat tussen zitten.
Na een sehr schnelle wissel zit ik als tiende op de fiets. Onderdeel van die sehr schnelle wissel was de keus om geen fietsshirtje aan te doen. Ik ben namelijk bestand tegen regen en kou. Denk ik. Het spervuur van klimmetjes dat we de eerste twintig kilometer krijgen voorgeschoteld is het geen enkel probleem om warm te blijven. Ik moet dan wel alle zeilen bijzetten om het groepje dat zich rond mij heeft gevormd bij te houden, maar ik heb het in ieder geval niet koud. Tijdens de afdaling van de Ettensberg, in volle regen en met wind tegen begin ik het koud te krijgen. Niet aan toegeven, houd ik me voor. Kou is een emotie.
Ik blijf mezelf goed verzorgen en eet en drink zoveel als m'n maag aankan. Een hongerklop is zo opgelopen in de kou: denk maar aan die rit in de afgelopen Tour de France in de Vogezen, waar Sylvain Chavanel in de laatste 40 kilometer een minuut of zes verloor op Haussler. Inmiddels is ene Lenz onze groep voorbij gekacheld. Hij rijdt op een gruwelijk groot verzet. Nog pijnlijker is de manier waarop een Duitser, een veteraan naar ik vermoed vanwege zijn vele grijze haren, zijn fiets voortduwt. Werkelijk alles wat je maar kan gebruiken om energie te leveren, wordt ingezet: z'n knieën gaan van binnen naar buiten, z'n heupen van links naar rechts, z'n rug bolt en holt zich, en z'n schouders gaan van voor naar achter van het trekken aan het stuur.
Ik ga niet mee met de tempowisselingen van de groep, en sta op het stuk vals plat terug richting Immenstadt een paar keer een gat van 100 meter toe. Telkens kom ik weer terug. Ik krijg het steeds kouder, en in de afdaling terug naar Immenstadt zit ik te klappertanden. Ik kijk zelfs uit naar de 20% steile Kalvarienberg die we aan het begin van de 2e ronde opmoeten. Onderaan geef ik vol gas, en merk tot m'n opluchting dat m'n benen nog fris zijn. Ik rijd van de laatste naar de eerste positie van dezelfde groep die mij net zo'n pijn heeft gedaan. Erg prettig voor het vertrouwen, en ik krijg er ook m'n lichaamstemperatuur mee omhoog. De volgende klimmetjes doe ik op eenzelfde manier. Op de Ettensberg, een vreselijke klim die zich via een paar irritant steile stukken omhoog slingert, valt de groep uit elkaar. Ik kom met de besten boven, maar moet drie man een seconde of twintig laten rijden. In de volgende klim rijd ik dat weer dicht, maar ga daarbij net wat te enthousiast te werk. Ik blaas me bijna op, en gebruik de afdaling om het gaatje definitief te dichten. Es ist Krieg, en m'n benen beginnen tekenen van slijtage te tonen.
Op een vlak stuk weg haal ik Sonja Jaarsveld bij, een Nederlandse dame (top-vijf materiaal) die ik later had verwacht in te halen. Zij vond 96 kilometer fietsen niet genoeg en heeft in Immenstadt een stukje extra gereden. Ik weet hoe dat voelt, fout rijden, maar ze kan zich over de mentale tegenslag heenzetten en nog, zo fris als een hoentje, als achtste finishen. Die moet hier terugkomen.
Van de acht man van mijn oorspronkelijk groep zijn er nog vijf over, en daarvan rijden er twee van voren weg. Ik zet de achtervolging in, en kan bovenop de laatste klim de aansluiting maken. Ik heb nog steeds geen idee waar ik in de wedstrijd zit. In de laatste afdaling is het wegdek inmiddels half opgedroogd: het is gestopt met regenen, en een flauw zonnetje breekt door de wolken. De vierkant rijdende Duitser leidt de afdaling, en knalt een overzichtelijke, mooi rond lopende 180-graden bocht in met een kilometertje of vijftig. Knietje aan de grond, lekker strak... tot hij plots onderuit schuift, de berm in. Ik zit er dertig meter achter, kan hem ontwijken, en vraag in mijn beste Duits: Alles gut?! Ik vang een Duitse kreet op; hij kan in ieder geval nog praten, en hij beweegt ook.
Ik rijd dus vol gas door, op weg naar de wissel. Benieuwd hoe de rug het houdt met het lopen, en waar ik lig. De wissel gaat goed, maar ik loop stroef weg de eerste kilometers. Bij het keerpunt na twee kilometer zie ik, tot mijn grote vreugde, dat ik vijfde lig, op dik drie minuten van de kop. Dat is veel beter dan ik dacht.
Dit loopparcours ligt me fantastisch. De twee vorige keren dat ik hier startte, had ik respectievelijk de eerste en tweede looptijd. Een podiumplaats zit er dus in, historisch gezien. Behaalde resultaten in het verleden bieden echter geen garantie voor de toekomst. Ik ga me met de minuut slechter voelen, moet een plaspauze inlassen na drie kilomter, en wordt door drie man ingehaald. Ik voel me erg onprettig in m'n lichaam, en zoek afleiding van de fysieke ellende om gedachten aan uitstappen te onderdrukken. Ik zeg zelfs Duitse rijtjes op die ik op de middelbare school heb geëtst in m'n geheugen: Mit, nach, bei, seit, von, zu, entgegen, auser, aus, gegenüber. Derde naamval. Durch, fur, ohne, um, bis, gegen, entlang. Vierde naamval.
Langzaamaan herstel ik me, en krijg ik wat meer kracht. Lastig is dat m'n linkeronderbeen is gaan slapen. Heb ik wel vaker in lange wedstrijden, en ik weet hoe hiermee om te gaan. Gewoon dat been naar voren gooien, en erop vertrouwen dat het zich afwikkelt. Na tien kilometer kom ik als achtste door, maar ben ik blij dat ik weer wat krachten heb hervonden. Bij het keerpunt na twaalf kilometer loop ik weer zesde, en dat is een stuk beter dan ik twintig minuten geleden had durven voorspellen. Ik kan blijven versnellen, en haal drie kilometer voor het einde nummer vijf terug. Met een negatieve split, waarbij de laatste 5 km de snelste was, finish ik als vijfde en eerste niet-Duitser. Veel beter dan ik van te voren had verwacht, en met benen die nog redelijk aanvoelen. Stefan Schmid wint uiteindelijk, na een bloedstollende finale waarbij hij de broers Bergermann in de slotkilometers terug verwijst naar plaats 2 en 3.
German Altenried, de man die deze wedstrijd nu al voor de 27e keer organiseert, vraagt me na de finish hoe het is gegaan. 'Sehr schwer', zeg ik, 'aber auch sehr toll. Ich liebe Immenstadt, und dieses Rennen'. Ik zie dat het de oude Altenried goed doet.
Uitslag Open Duits Kampioenschap halve triathlon, 25 juli 2009 (2-96-20)
1. Stefan Schmid 4:28:44
2. Matthias Bergermann 4:28:54
3. Stephan Bergermann 4:29:14
4. Karl Wimmer 4:31:21
5. Bert Flier 4:33:20
Welkom
Ik hoop dat je inspiratie vindt op mijn site!
Reacties of suggesties voor onderwerpen zijn welkom op mijn e-mailadres: bertflier72@gmail.com.
Veel plezier,
Bert Flier
Veel plezier,
Bert Flier
donderdag 30 juli 2009
zondag 19 juli 2009
Beach Challenge 2009: een verhaal over zuigend zand, ziedende wind en een zware val
Zwaar is de Beach Challenge elk jaar. Of de locatie nu Monster of Kijkduin is, of het nu koud, nat en bewolkt is, of zonnig, droog en warm: elke keer weer moet ik na afloop bekennen dat ik deze wedstrijd heb onderschat. Het zal wel mijn selectieve geheugen zijn. Waarom ik hier dan, als het even kan elk jaar, weer sta? Omdat je zeker weet dat je een verhaal te vertellen hebt aan het eind van de dag.
Door MARC KONIJN
Bij de zwemoefening raakten sommigen door het slechte weer, de sterke wind en het springtij in de problemen. Zij sloegen alarm. Volgens de hulpdiensten zijn vijf mannen door het oog van de naald gekropen omdat ze geen zwemervaring op zee hadden. Volgens de triatleten was er weinig aan de hand. "Hoezo reddingsactie?'' zegt Frank Hamelink. "We zijn allemaal op eigen kracht het water uitgekomen.'' Bij de Beach Challenge moeten de deelnemers mountainbiken in de duinen, rennen op het strand en zwemmen in zee. Omdat dit laatste 'iets aparts' is, werd vrijdag een speciale les gehouden. "De zee was wild, maar het was veilig,'' zegt Hamelink. ,,We hadden allemaal wetsuits aan, zodat je blijft drijven. Een enkeling kwam niet door de branding heen en sloeg alarm. Toen wij met zijn allen terugkwamen, stond het strand vol met ambulances en politie. Ik wist niet wat ik zag.''
Momenteel ben ik aan het recupereren, want aanstaande zaterdag wacht het Open Duits Kampioenschap in Immenstadt. Hopen dat de gekwetste rug zich voor die tijd hersteld heeft.
Sterker nog, er zijn al fantastische verhalen te vertellen voordat het startpistool zelfs maar is getrokken. De Beach Challenge is al een week eerder Wereldnieuws geweest. Ten minste, in Nederland. Zelfs het Journaal is gehaald, en alle nationale kranten. Het AD bericht:
Reddingsactie voor trainende atleten
Door MARC KONIJN
DEN HAAG - Een training van 28 triatleten in zee bij Kijkduin is dit weekend geëindigd in een reddingsactie. De sporters waren aan het trainen voor de Beach Challenge, een sportevenement dat komend weekend in Kijkduin wordt gehouden.
Bij de zwemoefening raakten sommigen door het slechte weer, de sterke wind en het springtij in de problemen. Zij sloegen alarm. Volgens de hulpdiensten zijn vijf mannen door het oog van de naald gekropen omdat ze geen zwemervaring op zee hadden. Volgens de triatleten was er weinig aan de hand. "Hoezo reddingsactie?'' zegt Frank Hamelink. "We zijn allemaal op eigen kracht het water uitgekomen.'' Bij de Beach Challenge moeten de deelnemers mountainbiken in de duinen, rennen op het strand en zwemmen in zee. Omdat dit laatste 'iets aparts' is, werd vrijdag een speciale les gehouden. "De zee was wild, maar het was veilig,'' zegt Hamelink. ,,We hadden allemaal wetsuits aan, zodat je blijft drijven. Een enkeling kwam niet door de branding heen en sloeg alarm. Toen wij met zijn allen terugkwamen, stond het strand vol met ambulances en politie. Ik wist niet wat ik zag.'' Wat is er gebeurt? Elk jaar organiseert de organisatie voorafgaand aan de wedstrijd een paar clinics: kennis maken met het fietsen op het strand en in de Puinduinen, het lopen door de duinen en over het strand, en natuurlijk met zwemmen in de zee. Zeezwemmen is namelijk wat anders dan baantjes trekken in het zwembad. Vooral wanneer het waait en er golven staan; de omstandigheden tijdens de zwemclinic van vrijdag 10 juni.
Tijdens de zwemclinic is door een paniekerige vrouwelijke wederhelft, die haar in de Noordzee zwemmende man uit het oog was verloren (een recreant, niet een deelnemer aan de clinic), alarm geslagen. De media berichtten van het uitrukken van de KNRM, strandpolitie, en ambulances om afgedreven triatleten uit de Noordzee te plukken. Het bleek bij nader inzien dus niet om de trainende triatleten te gaan, maar dat is niet wat in de media is gekomen. Toen de reddingsdiensten ter plaatse arriveerden, hadden alle triatleten inmiddels weer vaste grond onder de voeten. Niet zonder slag of stoot trouwens. Het merendeel kan zelf terugkomen, maar sommigen kwamen simpelweg niet door de branding heen en zijn door de golven terug het strand op geworpen. Een paar andere triatleten die wel door de branding kwamen, zijn met hulp van Samaritaans ingestelde mede-triatleten tegen het aflandige tij in weer terug aan wal gekomen. De enige averij die sommigen hadden opgelopen was een verstoord evenwichtsgevoel, of een door de zee geconfisqueerd zwembrilletje.
Een paar dagen was Kijkduin weer in het nieuws. De maandag voor de wedstrijd spoelden enkele kilo's cocaïne op de stranden van Kijkduin en Scheveningen aan, waarschijnlijk losgeslagen van de kiel van een passerend schip. Weer een paar dagen later heeft de KNRM 34 afgedreven recreatieve zwemmers moeten redden uit de zee, wederom door een westenwind die voor aflandig tij zorgde. Zaterdag waait en regent het van jewelste. Westenwind, dus weer kans op ongewenst langdurig verblijf in de Noordzee. Alles bij elkaar opgeteld was het zwemonderdeel bij voorbaat al discutabel. Want niemand zit te wachten op een groep gedesoriënteerde en door kilo's drijvende cocaïne omgeven triatleten dobberend voor de kust van Nederland.
De geest van de Beach Challenge is toch nog altijd die van Niet Opgeven. Daarom zijn zaterdagochtend, onder bijna apocalyptische omstandigheden, door de organisatie toch pogingen ondernomen het zwemparcours uit te zetten. Toen bleek dat de boeien niet konden worden uitgezet omdat de reddingsboten niet eens te water konden door de hevige branding, is besloten het zwemmen af te gelasten en de wedstrijd om te zetten in een run-bike-run. Dit tot mijn grote spijt, want ik had graag gezwommen in deze inmiddels zo roemruchte Kijkduinse wateren.
Voor ik overga naar de start, fastforward ik naar een uur na de wedstrijd. Liggend op de stenen van de boulevard verbijt ik de pijn in m'n onderrug. M'n maag is wee, en ondanks drie lagen kleding ben ik rillerig van de kou. Zoals na elke offroad wedstrijd overdenk ik m'n fouten. Vorig jaar waren dat een hele rits kleine foutjes, deze keer was het er maar één. Zoals gewoonlijk weer tijdens het mountainbiken.
Dit is 'm, dan heb ik dat gelijk verteld:
De essentie is dat ik in de tweede ronde mountainbiken een serie van drie vlak achter elkaar liggende geulen over het hoofd heb gezien. Met wind in de rug, in achtervolging op de vijftig meter voor me laagvliegende Paul Embrechts, rijd ik op volle snelheid over een zandplaat. Voor me zie ik een strook water van 15 meter breed. Dat soort stukken moet je op volle snelheid nemen om niet het risico te lopen vast te lopen. Honderd meter voor me zie ik een wagen van de strandpolitie, die de wedstrijd begeleidt, een gigantische bokkesprong maken bij het passeren van een andere stuk onder water staand strand. Ik gniffel in mezelf, en stuur dwars op de waterpassage aan. Op het laatste moment zie ik aan de kleur van het water dat het niet een paar centimeter water is waar ik doorheen rijd, maar een triootje geulen. Die geulen zijn diep, en vormen een drietrapslanceerraket. Zoals skiërs zichzelf kunnen lanceren op een buckelpiste, zo katapulteer ik mezelf de lucht in op deze strandvariant. Als een crash test dummy word ik afgeschoten. Even weet ik niet wat onder en wat boven is. Ik maak een volledige saldo, land middenin de derde geul, en krijg m'n eigen fiets vol op de onderrug. Tim van Daele, die in mijn wiel zat, wordt meegesleurd in mijn val.
Ik heb even tijd nodig om te beseffen wat er is gebeurd. M'n onderrug verrekt van de pijn, ik ben kletsnat en zit onder het zand, maar verder lijkt er weinig aan de hand. Ik raap m'n voedingsbidon op. Van Daele verontschuldigt zich en vraagt of ik ok ben. 'Rijden', zeg ik.
Daarmee zit ik middenin het verhaal. De wedstrijd die dus begon met lopen in plaats van zwemmen.
Het geïmproviseerde loopparcours bestaat uit een stuk strand van 1 kilometer lang, met als keerpunten een dranghek. Twee keer heen en terug maakt vier kilometer, voor de wind weg, en tegenwind terug. Matthijs van Scheijen start furieus op het stuk meewind. Ik laat hem lopen, en keer als derde in het achtervolgende kopgroepje. Tegenwind draait het groepje, van een man of zeven, kop over kop, en zo halen we langzaam Matthijs weer bij. Vooral een man in een rood pakje, een Belg naar ik vermoed vanwege de .be-website die op zijn rug prijkt, ziet er sterk uit. Het blijkt de op het laatste moment ingeschreven Paul Embrechts te zijn. Ik monster het groepje, en zie dat Geert-Jan Meeuwisse blootsvoets loopt. Vind ik mooi.
Ik voel me fris, en geef gas na het keerpunt. De groep knapt, en alleen Paul Embrechts en Matthijs kunnen mee. Later moet Matthijs ook een gaatje laten, en samen met Paul beuk ik de laatste kilometer tegenwind van de eerste run weg. Ik wissel rustig, want als eerste op de mountainbike zitten hoeft van mij niet: ik voorzie dat er toch een groepje ontstaat op het strand.
Want het waait vreselijk hard, en het eerste stuk is pal tegenwind. Zoals ik voorzag, geschiedt. Het groepje dat zich in de eerste kilometer vormt bestaat uit Paul Embrechts, Rorik Schouten, die erg snel wisselde, en Tim van Daele, een tweede Belg. Matthijs mist ons groepje, omdat hij een stop-en-go krijgt vanwege een te diep decolleté. (Ik maak geen grap: hij had de rits van z'n tenue te ver open staan, en 'dat mag dus niet', om Kees Prins uit de korfbalscheidsrechterscene uit Jiskefet te citeren).
Ik zorg ervoor als eerste het keerpunt te ronden, en geef vol gas voor de wind. Even heb ik een gaatje op de rest, maar dan zoeft Paul Embrechts links langs, over een harder stuk strand. Ik heb moeite het tempo te volgen, maar kan aanklampen. Met z'n vieren rijden we het strand af, richting de Puinduinen. Op het slingerpaadje daarnaartoe mist Embrechts een bocht, en valt in de brandnetels. Ik kan hem net ontwijken, en kom achter Rorik als tweede bij de eerste trap. Die trap gaat goed, de afdaling ook, maar op een volgend stuk geeft Rorik flink gas en komt los. De twee resterende trappen neemt hij hard. Als eerste rijdt hij het strand op, gevolgd door mij en de twee Belgen. Wij laten hem begaan; straks tegenwind is het drie tegen één.
Even na het tweede keerpunt (we rijden het rondje twee keer) sluit Erik Wolsing aan. Hij heeft in z'n eentje het gat op ons gedicht: knap. Rorik rijdt 100 meter voor ons, en we maken de taktische beslissing het gaatje nog even niet dicht te rijden. Goed voor de energiebalans zullen we maar zeggen. Rorik heeft het door, houdt zich in, en we halen hem twee kilometer voor het laatste keerpunt weer bij.
Dan, voor de wind, gaat het spel op de wagen, en maak ik dus die salto mortale. De Puinduinen kom ik uiteindelijk goed door (behalve m'n wedstrijdtenue: ik schamp een boom, blijf haken, en scheur m'n rechtermouwtje open). Als vijfde kom ik van de fiets, op twee minuten van leider Paul Embrechts die goed heeft doorgereden het laatste stuk.
De pijn in m'n onderrug negerend zoek ik de grens van m'n loopvermogen op in de eerste kilometers. Erik Wolsing en Tim van Daele heb ik snel te pakken. Een podiumplaats lijkt zeker, maar ik voel dat er weinig kracht meer in m'n lijf zit. Op ritme loop ik de duinpaden op en af, en probeer voor me Rorik en Paul te ontwaren. Tot mijn opluchting zie ik, na drie kilometer lopen, Rorik tweehonderd meter voor me. Even later haal ik hem bij. Hij heeft kramp, staat stil, en blijkt later te zijn uitgevallen.
Dat betekent dat alleen Paul Embrechts nog voor me uitloopt. Helaas is-ie uit zicht. Nu kan ik een erg heroïsch verhaal schrijven over een furieuze achtervolginge, maar dat doe ik niet. Want het was puur overleven vanaf het moment dat ik Rorik bijhaalde. Vooral het stuk tegen de wind in op het zompige strand was loodzwaar. M'n maag en darmen waren met elkaar aan het vechten, en een stemmetje in m'n hoofd zei me dat ik best wel een beetje minder hard mocht lopen. De tweede loopronde kon ik de verleidingen die mijn gedachten me toewierpen gelukkig weerstaan, en toch nog redelijk netjes finishen. Als tweede, want Paul Embrechts was vandaag gewoon de beste.
Momenteel ben ik aan het recupereren, want aanstaande zaterdag wacht het Open Duits Kampioenschap in Immenstadt. Hopen dat de gekwetste rug zich voor die tijd hersteld heeft.Uitslag Beach Challenge Kijkduin, 18 juni 2009
1. Paul Embrechts 2:12:35
2. Bert Flier 2:14:30
3. Tim van Dale 2:15:45
zondag 5 juli 2009
Laatste podiumplaats in jubileumeditie Oud Gastel
Zaterdag 27 juli 2009 vierde de triathlon van Oud Gastel haar 25e verjaardag. En dat heeft Oud Gastel geweten. Voor de gelegenheid grijpen de Brabanders terug naar de originele afstanden van 1,3 km zwemmen, 60 km fietsen en 14 km lopen: een Ouderwetsche 1/3 triathlon. Een gouden greep, want ruim voor de sluiting van de inschrijving zit de hoofdafstand al vol. Met een interessante bezetting, waaronder oud-winnaars zoals Nick Marijnissen, Gerbert van de Biggelaar, neo-senior Sven Strijk en oudgedienden Carlo van den Bergh en Lars van der Eerden.


Ik ben benieuwd hoe ik me verhoud tot jonkies Gerbert van de Biggelaar en Sven Strijk. Sowieso weet ik na het zwemmen tijd goed te maken te hebben, want beiden zwemmen sneller dan ik. Direct na het startschot geven Gerbert en Sven gas, en slaan een gat. Lars van der Eerden pakt ook voorsprong. Ik ben blij de voeten te kunnen houden van het groepje met onder andere Carlo van den Bergh en Rob Musters.

Ik overleef de start en kan mee op de voeten van Rob Musters. Bij het keerpunt, na 650 meter, zie ik dat Sven en Gerbert flink los zijn. Hmm, dat betekent werk voor zo meteen. Achter hen ligt Lars, en dan komt mijn groepje. Carlo zwemt op de terugweg het gat dicht op Lars, en als zevende, op een minuut van Gerbert en Sven, komt ons groepje uit het water. Na een snelle wissel zit ik als vijfde op de fiets, net achter Rob en Carlo. Lars zit vlak achter mij. Na een paar kilometer heeft Rob moeten lossen en rijden Carlo, Lars en ik in de achtervolging op Sven en Gerbert. 't Is 60 kilometer, het gat is een dikke minuut, en alles is nog mogelijk.
Iets na halverwege de eerste ronde, na een kilometer of 12, neem ik de leiding over van Carlo. Ik voer het tempo wat op om te kijken of we dichter kunnen komen. De benen voelen goed, en op het stuk voor de wind gaat het tegen de 50 per uur. Wanneer ik achterom kijk, zie ik dat alleen Lars nog rijden op een meter of 20. Carlo is in geen velden of wegen te bekennen. Na de wedstrijd begrijp ik dat hij een stop & go heeft gehad omdat hij te dicht op zijn voorganger zou hebben gereden. Ik kan me dat niet voorstellen, want Carlo heeft de morele integriteit van wat het kind van Moeder Teresa en Mahatma Ghandi zou hebben.
Bij de doorkomst in Oud Gastel na 20 kilometer is onze achterstand 1 min 25. Dat is nog steeds te overzien, maar wel groter dan een half uur geleden. Conclusie: die gasten op kop rijden door. Wanneer ik achterom kijk, zie ik in de verte het silhouet van Cees Colijn. Deze nummer drie van het NK halve triathlon van dit jaar is op achterstand uit de Vliet gekropen en is bezig zijn achterstand goed te maken.
Na dertig kilometer sluit hij aan, samen met Carlo. Cees hangt even achterin het groepje om op adem te komen, schat onze krachten in, en demarreert. Hij wil blijkbaar alleen naar de kop toe. Omdat ik ook aspiraties heb, geef ik vol gas om mee te gaan. Dat lukt, zij het op hangen en wurgen. Lars en Carlo zitten er ook niet al te fris meer bij.
Cees blijft na elke bocht vol optrekken, maar kan uiteindelijk niet wegkomen. Dat is het goede nieuws. Het minder goede nieuws is dat Sven en Gerbert stoïcijns zijn blijven doorrijden op kop van de wedstrijd en na 40 kilometer bijna 2 minuten voorsprong bij elkaar gesprokkeld hebben. Dat is minder, want dit gat is erg listig. Ik besef dat de derde ronde zal bepalen of ik nog een kans op de overwinning kan maken. Dertig seconden eraf betekent een gat van 400 meter, 30 seconden erbij een gat van bijna 800 meter.
Na een aanvalletje of vier geeft Cees het roer over aan mij. Mijn hoofd wil wel harder, maar m'n benen kunnen niet. Het tempo gaat flink onderuit. Vijf kilometer later herpak ik me enigszins, maar dan is de schade al geleden: Sven en Gerbert hebben 20 seconden extra gepakt. Cees, inmiddels weer uitgerust, perst er op het lange rechte stuk voor de wind nog maar eens eens demarrage uit, en rijdt langzaam weg. Lars, Carlo en ik kunnen niets anders doen dan op een constant tempo het gat zo beperkt mogelijk houden. Als derde, op 2 min 30 achterstand op Sven en Gerbert, en 10 seconden achter Cees, wissel ik.
Tijdens het fietsen voelde ik al dat ik vandaag meer loop- dan fietsbenen heb, en dat wordt bevestigd in de eerste kilometer. Cees haal ik snel bij, Lars kan bij me aanklampen. Ik roep naar Cees dat hij mee moet gaan. Met z'n drieën heb je meer competitie, en een grotere kans het gat te dichten dan alleen. Helaas kan Cees niet mee, en Lars moet er ook af na twee kilometer.
Ik loop een strak tempo van 3.25/km, en hoop dat voorin de mannen geleden hebben van het fietsen. Op het keerpunt, na 3,5 km, zie ik dat Gerbert en Sven nog bij elkaar zitten. Ze zien er allebei nog redelijk fris uit. Deze twee bijhalen gaat moeilijk worden, maar je weet nooit, op een 14 kilometer.

Via een lekker vlak schema zet ik een sub-48er op de klokken voor de 14 km. Dat is snel genoeg voor de beste looptijd van de dag, maar dik onvoldoende om Sven en Gerbert te bedreigen. Sven wint uiteindelijk, na drie sterke onderdelen, voor Gerbert. Klasse, zeker als je weet dat Sven eerstejaars senior is. Volgend jaar kom ik graag op herhaling, want ook dan zal Oud Gastel een 1/3 triathlon organiseren.
Maar eerst, over drie weken, de Beach Challenge in Kijkduin. Dat is offroad in de zee, over het strand en door de duinen. Zwaar en mooi.
Uitslag 1/3 triathlon Oud Gastel, 27 juni 2009
1. Sven Strijk 2:35:17
2. Gerbert v/d Biggelaar 2:35:32
3. Bert Flier 2:37:02
Abonneren op:
Posts (Atom)