Welkom

Ik hoop dat je inspiratie vindt op mijn site!

Reacties of suggesties voor onderwerpen zijn welkom op mijn e-mailadres: bertflier72@gmail.com.

Veel plezier,

Bert Flier

zaterdag 24 mei 2008

In achtervolging in Heerenveen

Denk je, na achttien jaar triatlon, alles meegemaakt te hebben wat mogelijk is, en blijk je toch nog verrast te kunnen worden door een nieuw fenomeen: het spontaan openritsen van het wetsuit en daarbij verliezen van je hesje. Wat is er precies gebeurd?

Na twee jaar afwezigheid besluit ik dit jaar weer te starten in Heerenveen. Wedstrijden in Friesland trekken me sowieso (aan Oldeberkoop bewaar ik nog steeds zoete herinneringen), en Heerenveen ligt me. Ik won hier beide keren dat ik startte, en deze wedstrijd was de eerste die ik weer deed nadat ik een aantal jaar geleden in Ironman Brazilië was uitgestapt en niet wist of ik ooit weer een wedstrijd zo doen.

Alhoewel de organisatie hetzelfde is gebleven, is de locatie inmiddels veranderd. 't Is nu een publieksvriendelijker wedstrijd geworden met drie rondes zwemmen, vier rondes fietsen en vier rondes lopen. Tijdens het infietsen kan het fietsparcours mijn goedkeuring wegdragen: maar een paar bochten, en lekker rechttoe rechtaan. Dat geldt ook voor het loopparcours. En mooi dat het hier is! Mocht je nog op zoek zijn naar een mooie plaats waar kinderen kunnen opgroeien /zoals vroeger/, dan moet je in de wijk Oranjewoud in Heerenveen gaan wonen. Achtertuinen grenzend aan bos, en tussen de bossen groene weilanden met spikkeltjes boterbloemgeel. Dit alles onder Hollandse luchten. Hangjongere worden? Daar heb je hier als kind geen gelegenheid voor.

Ik lig een half uur voor de start in het water om lekker in te zwemmen. Het parcours bevalt me uitstekend: een driehoek die linksom gezwommen wordt. Past perfect bij m'n ademhalingspatroon.




Na de start ben ik goed weg en kan in eerste instantie net niet mee met Matthijs van Scheijen en Menno Iedema, die na driehonderd meter 10 meter op me hebben. Gelukkig zijn ze niet zo goed in oriënteren. Met name Matthijs slingert als een stuurloos schip door het water. Na vijfhonderd meter kan ik alsnog aansluiten door een strakkere lijn te zwemmen. Ik zie dat 25 meter voor ons uit het kopgroepje zit: alles onder controle. De tweede ronde kan ik lekker op de voeten meeglijden, en alles ziet er voorspoedig uit.

Plotseling voel ik koud water over m'n blote rug stromen. De rits van m'n pak blijkt losgeschoten te zijn, en wel tot onderaan. Dit is me nog nooit eerder gebeurd, maar op zich is er niets aan de hand. Gewoon zorgen dat ik de aansluiting houd. Dat blijkt lastig, want het opengeritste pak werkt als een soortement remparachute. Matthijs en Menno moet ik loslaten, en er komt iemand langszij. Op zijn voeten kan ik aanhaken, en ik bereid me voor op een snelle wissel om de tien seconden die ik verloren heb weer goed te maken.

Het pak heb ik snel uit, de helm zit in één vloeiende beweging vast, en gelijk met Menno stap ik op de fiets. Bij het opspringen roept een jurylid me dat ik m'n shirt aan moet doen. 'Shirt?!' roep ik en check m'n outfit. Hij heeft gelijk: m'n bovenlijf is ontbloot. Ik begrijp er niets van. Blijkbaar ben ik tijdens het zwemmen m'n hesje kwijtgeraakt, maar het is me een raadsel hoe. Ik loop terug naar de wisselzone, maar vind niets om aan te trekken: m'n tas staat in de omkleedtent.



Op het moment dat ik naar de tent wil lopen vraagt Mariska Kramer of ik haar loopshirtje wil hebben. 'Geef maar', zeg ik. (Intermezzo: Wie is Mariska Kramer? Mariska, alhoewel klein van stuk, heeft grote daden verricht, waaronder het winnen van Ironman Nice. Het lopen is haar sterkste onderdeel, onder meer door haar geringe gewicht en tengere gestalte. Mariska is de vrouw van Sjaco Kramer, één van mijn concurrenten, maar gunt iedereen z'n kans op een wedstrijd. Hulde aan Mariska.)




De frêle Mariska leent dus haar shirtje uit aan iemand die, mede door z'n forse lichaamsbouw, net uit z'n wetsuit gescheurd is. (Ter illustratie bovenstaande foto, vorig jaar in Allgau genomen. Ik fietste daar een stukje met Mariska op; Sjaco nam de foto.) Ik sta nu voor de uitdaging het kleine stukje textiel aan te doen. Daartoe zet ik m'n helm af en wurm het shirtje over m'n hoofd. Doordat ik nat ben, stroopt het shirtje direct op. De reglementen verbieden assistentie, dus ik wring me in allerlei bochten om het ding naar beneden te krijgen. Ik krijg het uiteindelijk tot net over m'n borst en ik vraag het jurylid dat mijn gehannes gadeslaat of dat voldoende is. 'Tot over het borstbeen' zegt hij. Ik wurm verder, krijg uiteindelijk een hand toegestoken van het jurylid, en kan aan de achtervolging beginnen. Ik heb niet getimed hoeveel dit geintje me gekost heeft, maar ik schat tegen de drie minuten. Eén voordeel: het shirtje wappert niet.




Op de fiets concentreer ik me op de pedalen en zorg ervoor constant druk te houden en een zo groot mogelijk verzet soepel rond te draaien. De benen draaien lekker: tegenwind rijd ik tegen de veertig, zijwind rond de 42 en meewind gaat het richting de 47. Ik heb mindere dagen. Helaas krijg ik aan het eind van de eerste ronde geen tussentijd door, en ook m'n positie is onduidelijk. De tweede ronde kan ik nog wat versnellen en begin ik mensen in te halen. Bij de tweede doorkomst hoor ik dat ik ruim twee minuten achter de kop lig, en dat betekent dat er nog mogelijkheden zijn hier te winnen. Ook in ronde drie blijf ik vol doorrijden. Met resultaat, want ik word nu geklokt op 1:55. Weer wat eraf. De laatste ronde knabbel ik er nog eens tien seconden vanaf en ik wissel als tiende op 1:45.



De eerste loopronde start ik snoeihard. Als ik mezelf een kans wil geven, dan moet ik mezelf de hoop geven dat het kan, en hoop krijg ik vooral als ik hoor dat het gat snel minder word. Na 2,5 kilometer hoor ik er nog eens dertig seconden vanaf gelopen te hebben, en dat geeft moed. Helaas kan ik de tweede ronde mijn tempo niet handhaven en stabiliseert het verschil.

Uiteindelijk finish ik als zevende op 1:51 van winnaar Mark Huisman. Ik baal natuurlijk van dat akkefietje. Maar ja, zelf heb ik vaak genoeg geprofiteerd van pech bij anderen. Dit soort dingen horen er ook bij, en het meest belangrijk vind ik dat met name het fietsen zo lekker liep. 't Is nog even wachten op een vlekkeloze wedstrijd, maar die komt eraan. Ik hoop alleen wel dat dat snel is, want ik wil graag weer eens winnen.


De uitslag - Triatlon Heerenveen, zaterdag 24 mei 2008

1. Mark Huisman 1:47:52
2. Matthijs van Scheijen 1:48:17
3. Menno Iedema 1:48:31
7. Bert Flier 1:49:41

De foto's zijn van het publieke album van Samme Steenstra: http://picasaweb.google.com/samme.steenstra

De fiets, muziek, en poëzie

Afgelopen maand ben ik voor het eerst op en neer gefietst naar mijn nieuwe werklocatie. Barendrecht - De Lier, 30 kilometer, een uurtje. De dag ervoor heb ik de logistieke voorbereidingen getroffen. Een veelheid aan attributen (kleding, schoenen, douchespullen) en een bak lasagna (ter voorbereiding op de terugrit, waarin ik een flinke extra lus had gepland) kondigden mijn fietsplannen aan. Na het verkennen van de route naar de douches en de douchefaciliteiten was ik er klaar voor. ’s Anderendaags sta ik vroeg op, neem een stevig ontbijt en plug de iPod in de oren. Ik voel een lichte tinteling in de onderbuik. Geen beter begin van de dag dan in de frisse ochtendlucht op de fiets de wereld wakker zien worden. Bij het wegrijden merk ik dat er een grote slag in het achterwiel van m’n mountainbike zit. Daar word ik niet vrolijk van. Ik peuter de huissleutel uit m’n zadeltasje, verwissel m’n mountainbike voor de trainingsfiets, en ook nog eens m’n schoenen. Even later rijd ik alsnog weg. M’n humeur heeft een deukje opgelopen door deze vertraging, maar een blik op de voortkruipende rij auto’s op de A15 maakt me weer blij van geest. De benen zijn fris, de wind staat in de rug, en oranjerood ochtendlicht verdrijft de nacht. De random selectiekeuze uit de iPod versterkt het gevoel van vrijheid dat zich langzaam meester van me maakt: Wie dot mij wat, wie dot mij wat, wie dot mij wat vandage / ‘k heb de banden vol met wind/ nee ik heb ja niks te klagen. Ook Daniël Lohues kent de gevoelens van de wielrenner.

Ik passeer Rhoon, steek de A15 over, en slinger over landweggetjes en fietspaden naar de Beneluxtunnel. Daar is de fietser de mogelijkheid tot een klimmetje ontzegd, want de fietstunnel is slechts per roltrap of lift toegankelijk. Ik neem de roltrap en rijd naar de andere kant, ondertussen het gedicht van Jules Deelder ‘Voor Ari’ tot me nemend dat over de gehele lengte van de tunnel in de muur is getegeld: Lieve Ari / Wees niet bang / De wereld is rond / en dat istie al lang / De mensen zijn goed / de mensen zijn slecht / Maar ze gaan allen / dezelfde weg / Hoe langer je leeft / hoe korter het duurt / Je komt uit het water / en gaat door het vuur / Daarom lieve Ari / Wees niet bang / De wereld draait rond / en dat doettie nog lang. Intussen verwoorden The Talking Heads gedachten van dezelfde strekking: Well we know where we’re goin / But we don’t know where we’ve been / And we know what we’re knowin’ / But we can’t say what we’ve seen. Soms kloppen de dingen. Aan het eind van de tunnel wacht de roltrap naar boven. Onderaan de roltrap stap ik af op de mountainbikemanier: rechtervoet losklikken en naar de linkerkant brengen, linkervoet losklikken, afremmen. So far, so good. Nu alleen nog voet aan de grond zetten. Listige combinatie, Look-plaatjes en die ijzeren plaat onderaan de roltrap, bedenk ik me net voor het afstappen.

De gedachte is nog niet verdampt, of ik glij knalhard onderuit. Ik krabbel direct weer op in een poging m’n val te bagatelliseren. Daarbij schamp ik de noodstop, waarop de roltrap krakend tot stilstand komt. Het lange lint van medeforenzen dat onderweg naar boven was kijkt me boos aan. Zij moeten hun fiets naar boven tillen. Ik neem de lift en vlucht Vlaardingen-centrum in. Na het illegaal passeren van een zestal stoplichten rijd ik de parallelweg aan de A20 op. Dat is een slecht gelegde klinkerweg. Geïnspireerd door de beelden van de Ronde van Vlaanderen van afgelopen weekend besluit ik die hard te nemen. Geen menigte wilde Vlamingen hier als supporters, maar een weiland vol koeien die tot hun buik in de mist staan. Dit Hollands tafereel doet Vlaamse krachten in de benen vloeien. De benen stampen op de pedalen, ik stoot witte wolken opgewarmde lucht uit, en laat me voortdrijven op klanken van The Nits. Tekstflarden als ‘The moon is a coin with the head of the queen’ en ‘Follow the cloud that looks like a sheep’ echo-en de rest van de dag na in m’n hoofd. Om kwart over acht rijd ik De Lier binnen. Met de benen op spanning en muzikaal gevitamineerd weet ik me klaar voor de nieuwe werkdag.

Deze column verscheen eerder in Triatlon Sport

zaterdag 10 mei 2008

Best of the rest in Hilversum

De eerste editie van de Right to Play offroad triatlon in Hilversum is het mij gelukt op het podium te komen. Om precies te zijn, aan de rechterhand van winnaar Rorik Schouten. Machiel Ittmann completeerde het podium.

Van Kona naar Hilversum: dat is ver. Niet alleen qua afstand, maar vooral qua gebeurtenissen. Om even terug te grijpen: twee dagen na terugkomst uit Kona ben ik van baan veranderd. (Ik had meer tijd ingepland, maar een op Maui verloren paspoort leverde een vertraging van drie dagen op. Het heeft me een fantastisch Halloween feest in Washington DC opgeleverd, maar ook een jetlag van heb ik jou daar. Dit terzijde.) Tot 31 oktober 2008 had ik een aanstelling als onderzoeker/docent aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit. Die aanstelling heb ik ingeruild voor de functie van Project Director bij de Boal Group, een bedrijf dat aluminium profielen fabriceert. Dat is een grote uitdaging, omdat ik nu van de theorie naar de praktijk ben geswitcht. De nieuwe functie betekent dat ik mijn trainingsuren heb moeten halveren. Hilversum was voor mij de eerste testmogelijkheid om te zien of ik het nog kan.

Wat me in ieder geval niet in de weg zat, in termen van ideale testmogelijkheden, was het weer. Kona was heet, maar Hilversum ook. Wel een groot verschil was de watertemperatuur. In Hawaii was het lekker cosy zonder de pak in de Stille Oceaan, in Hilversum is het chillen in een 19 graden koud zwembad. Bij dergelijke temperaturen trek ik een wetsuit aan. Helaas levert dat een voor mij gehate configuratie: zwembad, kou en wetsuit. Met het inzwemmen lig ik te hyperventileren als een kanarie in een mijnschacht. Vraag me niet waarom, maar zo werkt mijn systeem. Gelukkig (of helaas, 't is maar hoe je het bekijkt) heb ik dit vaker meegemaakt. De oplossing is simpel: niet volle bak zwemmen en geen keerpunten maken. Die zijn namelijk dodelijk als je hyperventileert.

Net voor de start vraagt Dennis Rijnbeek, Olympische 100 meter-zwemmer die vandaag ook start, wie de kop pakt. Hij geeft aan in mijn voeten te willen. Op zich prima, maar ik weet al wat voor magere zwembeurt ik ga afleveren. Na de eerste 50 meter zwemt hij al 10 meter voor de groep uit, met een jaloersmakend gemak. Ik neem de rest op sleeptouw, kan de ademhaling redelijk onder controle houden, maar durf geen keerpunt te maken. Na dik 13 minuten tik ik aan, Rorik Schouten ligt op m'n voeten, en ook Machiel Ittmann klimt kort na mij uit het zwembad. Deel 1 afgewerkt, nog twee delen te gaan.


Als tweede zit ik op de atb. Die heb ik net laten nakijken, wat betekent dat ik afgelopen weken geen meter in het terrein heb gereden. Na een paar onwennige bochten hoor ik Rorik al aankomen. Die rijdt me voorbij, en ik probeer aan te haken. Dat lukt dus niet, en langzaam rijdt-ie van me weg. Geen man overboord; we zijn pas een half uurtje bezig. Even later komt Machiel langszij. Die rijdt lekker door en probeert naar Rorik te rijden. Dat lukt dus niet, maar veel wegrijden doet Rorik ook niet. Ik kan op hangen en wurgen mee. Vooral de meer technische passages, zoals sprongen over boomstammen, stoffige bochten en stroken met boomwortels verteer ik minder goed. Op de lange rechte stukken kan ik opgelopen averij telkens weer herstellen.
In de tweede ronde doe ik mijn plicht en neem de kop over van Machiel. Een paar minuten verder mis ik een bocht, zie Machiel onderdoor komen, samen met iemand uit een vroegere startserie die vol het gas erop heeft. Ik moet direct lossen en zie de twee langzaam verdwijnen in de stofwolk die hun wielen opwerpen. Rorik is inmiddels ook uit het zicht. Ik rijd m'n eigen tempo; we zijn er nog niet, de zon schijnt, de vogels fluiten, de geest is gewillig, en het vlees nog niet zwak.

Ik zet mijn solitaire werkzaamheden in de Vuursche bossen door en verlies niet echt veel. Tenminste, tot de derde en laatste passage van een boom die languit over het bospad ligt. In de vorige twee passages voelde ik bij het afstappen voor deze horde flinke krampscheuten in de kuiten. Deze signalen negeer ik deze passage volledig, want ik wil dit stuk gebruiken om een gelapte deelnemer te passeren. Als een losgeslagen stier rijd ik op de boom af, rem lichtjes af, en spring met 25 km/u van de fiets. Direct vlijmt een felle kramp door de rechterkuit. Ik stort ter aarde en roep om m'n moeder. Die is niet in de buurt, dus ik vraag de man die ik op het punt stond in te halen, de rol van Barmhartige Samaritaan te vervullen door m'n kuit te rekken. Dat doet hij, waarvoor bij deze dank.

Hij stapt, na zijn van naastenliefde getuigende daad, weer op en vervolgt zijn weg. Ik wil ook opstaan, maar een tweede krampaanval doet me weer in het zand bijten. Een tweede, iets voorzichtiger poging, brengt me weer op de benen. Ik pak m'n fiets, stap voorzichtig over de boom, en rijd door. In het fietsen word ik niet echt belet door de spastische kuit. Wel vraag ik me af hoe dat zo met het lopen zal gaan. Machiel en Rorik hebben, door mijn malheur, anderhalve minuut extra op me gepakt. Wel lig ik nog steeds derde wanneer ik het parc fermé binnen rijd.


Het lopen vrees ik een beetje. Normaal is dat mijn beste onderdeel, maar een kuitblessure in maart heeft de loopconditie weinig goed gedaan, en de kramp die ik net heb gehad met het fietsen is ook niet echt bevordelijk voor het vertrouwen. Tot m'n opluchting doen de benen het toch nog aardig, ook al heeft de organisatie er alles aan gedaan het parcours zwaar te maken. In de eerste kilometer bijvoorbeeld dien je over drie bomen te klauteren die dwars over de route liggen. Geen pretje met benen die inmiddels behoorlijk zuur aanvoelen. Ik voel wel wat krampscheuten, maar kan een acceptabel tempo onderhouden. Na vier kilometer zie ik zowaar Machiel voor me lopen: ik kan dus nog een plaatsje opschuiven. Aan het eind van de eerste ronde heb ik hem bijgehaald. Daar hoor ik dat Rorik ruim drie minuten voor ligt. Omdat je nooit weet wat er gebeurt, houd ik het gas erop, maar tevergeefs. Rorik wint met ruime marge, en dat was dik verdiend. Over een paar weken is hij voor mij de favoriet voor de Nederlandse offroadtitel. Machiel finisht uiteindelijk als derde.

De rest van dit weekend gebruik ik om bij te bruinen, opdat ik in Hawaii-tinten op 24 mei Heerenveen met een bezoek kan vereren.

Uitslag offroad triatlon Hilversum, 10 mei 2008:
1. Rorik Schouten 2:05:19
2. Bert Flier 2:08:34
3. Machiel Ittman 2:10:10


Benoemd tot erelid

In maart ben ik door CAV Energie, de atletiek- en triatlonclub waar ik sinds 1990 lid van ben, benoemd tot erelid. De benoeming heeft plaatsgevonden tijdens de ledenvergadering, waarbij me zoveel lof en respect werd toegezwaaid dat ik ervan moest blozen. Het erelidmaatschap is voor mij een grote eer, en ik zal mijn best doen daar in de toekomst op passende wijze invulling aan te geven.